Wessel Zweers
Latest posts by Wessel Zweers (see all)

Wandelen zit in de Britse genen. Als je het Engelse landschap kent, snap je ook meteen waarom: de lieflijke heuvels, de schat aan historische bezienswaardigheden, de pubs, de talloze Bed & Breakfasts. De unieke right to roam maakt de mogelijkheden om rond te struinen in Engeland vrijwel eindeloos. Blinkt Schotland vooral uit in weidse en ruige highlands met fantastische vergezichten, de grootste troef van Engeland is zijn pastorale countryside met een eindeloze variatie aan landschappen – van de klifrotsen in Cornwall tot het populaire Lake District.

Engeland: mooie wandelgebieden

Lake District

Het Lake District (of kortweg de Lakes), in het noordwesten van Engeland, kun je gerust de bakermat van het Britse wandelen noemen. Al in de 19e eeuw kwamen beroemde Engelse schrijvers als William Wordsworth in deze contreien voor rust en inspiratie. Het is van vulkanische oorsprong en is dan ook een van de weinige stukjes Engeland waar het nog best ruig is. Ook het weer doet daarbij een duit in het zakje: het valt vrij veel regen en het is kouder dan in het zuiden. Het letterlijke hoogtepunt is de Scafell Pike (978 m), gelijk ook de hoogste piek van heel Engeland.

Ondanks het weer is het Lake District een van Engelands populairste vakantieregio’s. Je komt er niet alleen veel wandelaars, maar ook vissers, zeilers en touringcars tegen. Als je hier niet van houdt, moet je er buiten het hoogseizoen heen gaan. In ieder geval zijn de wandelmogelijkheden er eindeloos, en zolang het droog blijft, zijn de uitzichten adembenemend.

 

Zuidkust Engeland: Cornwall, Devon, Isle of Wight, Kent

Hier vind je de beroemde Britse klifrotsen. Maar er is nog veel meer te zien, van mooie baaien tot oude kastelen. Prettig voor fietsers: de binnenwegen zijn relatief rustig. De zuidkust heeft het beste weer van heel Groot-Brittannië: het is hier warmer en de zon schijnt vaker.

Vanwege zijn mix aan natuur en cultuur, plus gunstiger weerstatistieken, vind ik de kust met name geschikt voor gezinnen die sportieve of culturele daguitstapjes willen maken. Of die gewoon een dagje aan zee willen doorbrengen. Met name bij Bournemouth en Weymouth heb je kilometers zandstrand en veilig zwemwater.

Speciaal aanbevolen:

  • de heideheuvels van Exmoor
  • de kliffen en zandstranden van Devon en Cornwall, samen de zuidwestelijke punt van Engeland
  • de kalksteenrotsen op het eiland Isle of Wight (waar je ook prima kunt fietsen: www.cyclewight.org.uk)
  • oeroud bos en beekjes in nationaal park New Forest (www.dorset-newforest.com)
  • in het zuidoosten het graafschap Kent

Cotswolds

De Cotswolds Hills zijn de British countryside op zijn best. Lieflijke heuvels, mooie dorpjes, landhuizen – met recht heeft dit stukje Engeland de status van Area of Outstanding Natural Beauty. De Theems ontspringt hier. Rondom dit beschermde gebied zijn historische steden als Oxford en Bath.

Wandelaars kunnen hun hart ophalen met de Cotswold Way. De hoogteverschillen in Cotswold zijn beperkt, wat het ook geschikt maakt voor minder ervaren fietsers.

Wandelroutes: National Trails en Long-Distance Paths

Er zijn vele honderden officiële langeafstandswandelpaden in Engeland en Wales. Ze worden Long-Distance Paths genoemd. Een aantal daarvan (niet allemaal) hebben de status National Trail. Deze zijn officieel erkend door de overheid en krijgen subsidie. Daarnaast zijn er nog andere Long-Distance Paths, zoals waymarked trails en recreational footpaths.

De eerste National Trail was de Pennine Way in 1949; daarna is het aantal snel gegroeid. De wandelpaden volgen vaak historische routes, bijvoorbeeld verbindingspaden tussen dorpen, of lopen door mooie natuurgebieden. Elke wandelroute heeft een thema, bijvoorbeeld een bergketen, de kust of een oude pelgrimsroute. Ze volgen soms niet de gemakkelijkste weg door het landschap. Zo passeer je regelmatig hekken en opstapjes. Vaak zijn er voetbruggen, maar niet altijd. Dan moet je het water oversteken met behulp van stenen, een houten plank of een omgevallen boomstronk. Vooral bij moerassige streken is het uitkijken, je kunt tot over je enkels in de modder wegzakken.

De zwaarte is heel verschillend. Sommige National Trails lopen door een typisch Engels heuvelachtig landschap, bijvoorbeeld het Ridgeway Path, en zijn niet al te zwaar. Andere wandelroutes zijn veel zwaarder en minder geschikt voor beginnende wandelaars, bijvoorbeeld de Pennine Way, die door het heuvelachtige en vaak regenachtige noorden van Engeland loopt.

Dankzij de Countryside Agency is er een redelijk goede markering, te herkennen aan een (niet lachen) eikel. Vaak staat de naam van de National Trail erbij vermeld en de afstand naar de eerstvolgende plaats. Op open velden of in de heuvels zie je vaak cairns, stapeltjes stenen of plaggen. Hoewel dit veel houvast geeft, zou ik absoluut ook een wandelgids meenemen, en voor zover haalbaar, ook een topografische kaart.

Tips voor Long-Distance Paths

Enkele populaire Long-Distance Paths, met korte landschappelijke karakteristieken:

Pennine Way (463 km)

De eerste, en nog steeds een klassieker. Deel van de Europese wandelroute E2. Loopt vrijwel geheel over het Penninisch gebergte van Manchester tot de Schotse grens. Veel hoogveen en heidevelden, van moors en fells – zeg maar de sfeer van de roman Wuthering heights en de zusters Brontë. Geen route voor wie slecht tegen eenzaamheid kan.

Coast to Coast Walk (309 km)

Een toproute. Vanaf het ruige Lake District (noordwest-Engeland) via de desolate moors van de Yorkshire Dales richting de oostkust. De route is gemaakt door slechts één persoon: Alfred Wainwright. Hij wilde een gevarieerder alternatief voor de Pennine Way, die in zijn ogen te eentonig was. En dat is hem gelukt!

Hadrian’s Wall Path (135 km)

Eveneens een klassieker. Langs restanten van de muur van de Romeinse keizer Hadrianus, gebouwd in de tweede eeuw na Christus. Zo’n 6 meter hoog en 3 meter breed, en ruim voorzien van forten, wachttorens en grachten.

South-West Peninsula Coast Path (1014 km)

Of kortweg South West Coast Path. Fraaie schilderachtige kustroute, maar ik zou ‘m niet helemaal lopen: simpelweg te lang, en hoe mooi de Engelse kusten ook zijn, op een tocht van meer dan 1000 km zou je uiteindelijk toch iets meer afwisseling willen. Maar voor een deeltraject, bijvoorbeeld Dorset of West-Cornwall, is dit een prima keuze. De zuidkust van Engeland heeft statistisch ook de meeste zonuren. Sommige plekken in het zuidwesten kom je palmbomen en zandstranden tegen die aan de Middellandse Zee doen denken!

Cumbria Way (112 km)

Doorkruist net als de Coast to Coast Walk het nationaal park Lake District. De Cumbria Way volgt voornamelijk de dalen.

Offa’s Dyke Path (283 km)

Volgt de grens tussen Wales en Engeland, langs een lage aarden wal, ook wel dyke genoemd. In de middeleeuwen was deze aangelegd door de Angelsaksische koning Offa om Keltische horden uit Wales tegen te houden. Nu is er nog weinig van over.

Cleveland Way (177 km)

Dales Way (135 km)

Cotswold Way (164 km)

Het klassieke Engelse platteland: rietbedekte cottages, bochtige riviertjes, stenen bruggetjes en een groen golvend landschap.

South Downs National Trail (161 km)

The Ridgeway (140 km)

Lijkt wel wat op de South Downs Way, maar dan zonder de zee. Prehistorische overblijfselen uit het stenen tijdperk. Het wereldberoemde Stonehenge ligt niet ver van de route.

Isle of Wight Coast Path (107 km)

Mooie eilandwandelroute met krijtrotsen en zandsteenkliffen. Geen National Trail, maar wel gemarkeerd.

Pembrokeshire Coast Path (299 km)

Soortgelijke kustroute, maar dan in Wales. Populair vanwege z’n flora, zeevogels en zeehonden.

Totaaloverzicht Long-Distance Paths

Regio Londen: London Loop en Thames Path

Dan is er nog de stad Londen. Je zou het misschien niet verwachten, maar in de nabije omgeving kun je verrassend leuke wandelingen maken. Een naam om te onthouden is de London Loop, een meer dan 200 km lang rondje om de stad heen. Je komt door verrassend landelijke gebieden en dorpjes met leuke pubs. Uiteraard hoef je dit rondje niet helemaal te lopen, maar kun je ook dagtochten ondernemen. De meeste dagtrajecten zijn prima met het openbaar vervoer te bereiken. En natuurlijk kun je ook in Londen zelf mooie stadswandelingen maken. Meer info: www.londonwalking.com.

Als je liever niet om Londen heen loopt, maar er dwars doorheen, kijk dan naar het Thames Path. Start zo’n 60 km ten westen van de stad, volgt de Theems en eindigt aan de oostkant.

Vervoer: hoe kom je in Engeland?

Met de boot

Er zijn diverse veerboten van Nederland, België en Noord-Frankrijk naar Engeland. Enkele lijnen:

  • IJmuiden – Newcastle (aankomst ’s ochtends om 9 uur, goede verbindingen met Schotland)
  • Hoek van Holland – Harwich (als je de fiets meeneemt: neem de trein naar London Liverpool Street Station, fiets dan 10 km naar Londen Paddington Station voor verdere verbindingen)
  • Rotterdam Europoort – Hull (goede verbindingen met Wales)
  • Zeebrugge – Hull (idem)
  • Oostende – Ramsgate
  • Duinkerken – Dover
  • Calais – Dover

Welke lijn je kiest, hangt af van diverse factoren: kosten van de overtocht, vaartijden, reistijd naar vertrekpunt en vanaf, aansluitende treinverbindingen.

De Kanaaltunnel?

Als je als automobilist de veerboot liever wilt mijden, dan is er maar één alternatief: de Kanaaltunnel tussen Calais en Folkestone (vlakbij Dover). In de tunnel wordt je auto vervoerd door een pendeltrein. Die is bepaald niet gratis en het kan in het zomerseizoen ook behoorlijk druk zijn. Mijn advies: neem voor alle zekerheid toch de moeite om de kosten te vergelijken met een ferryboot vanuit Calais of Duinkerken. In sommige gevallen kan de ferry toch aantrekkelijker/voordeliger zijn, en het uitzicht is leuker.

Met de trein

Via de Kanaaltunnel is er een treinverbinding tussen Nederland en Engeland, overstap in Brussel. De kosten liggen meestal onder de 100 euro per persoon. Het alternatief is de trein naar een veerhaven (zie bovenstaand rijtje), met de veerboot oversteken, en na aankomst weer op de trein stappen.

En vliegen naar Engeland?

De snelste verbinding, en de prijs valt best mee. Als je fietsen meeneemt, dan geeft een vliegreis wel extra rompslomp. Persoonlijk ben ik niet zo’n voorstander van vliegen naar bestemmingen die ook prima op een andere manier zijn te bereiken, maar ja, volg je eigen morele kompas bij het maken van een afweging.