Wandelroute Kop van Schouwen (11/13 km)

Wandelen op Schouwen-Duiveland

Weinig kuststroken in Nederland zijn zo mooi als dit stukje Schouwen-Duiveland. Als je buiten Zeeland woont, dan moet je even een stukje reizen om hier te komen. Maar die reis is zonder meer de moeite waard. In de Kop van Schouwen, een uitgestrekt natuurgebied vlakbij Westenschouwen en Burgh-Haamstede, vind je een fantastische mix van bossen, een weids en ongerept duingebied, en een prachtig stuk Noordzeestrand.

Waar ooit stuivende duinen dorpen bedreigden, groeien nu dennenbossen vol vogels, damherten en stilte. Tussen bunkers, uitkijktorens en wuivend helmgras ontvouwt zich een landschap dat voortdurend verandert, maar altijd dat typische Zeeuwse gevoel van ruimte ademt. Deze wandeling laat je de Kop van Schouwen beleven zoals hij bedoeld is: ruig, verrassend en met zand in je schoenen – want dat hoort erbij!

  • de combinatie bos, duinen en strand
  • een uitzichttoren, waar je bij mooi weer de Vuurtoren van Burgh-Haamstede en de Zeelandbrug bij Zierikzee kunt spotten
  • een van de mooiste duingebieden van Nederland
  • een van de mooiste stranden van Nederland

Van stuivende vlakte naar het grootste bos van Zeeland

Wie nu door Boswachterij Westerschouwen wandelt, loopt door het grootste aaneengesloten bosgebied van Zeeland. Maar nog geen eeuw geleden was hier geen boom te bekennen. De Domaniale Duinen waren één grote, stuivende zandbak – en dan niet zo’n gezellige bak met plastic schepjes, maar een die complete akkers en dorpen dreigde te verzwelgen. Het zand leefde, bewoog, en maakte het de eilanders knap lastig.

Genoeg is genoeg, besloot Staatsbosbeheer rond 1920. Er kwam een ambitieus plan: de duinen temmen met een leger jonge bomen. Corsicaanse en Oostenrijkse dennen werden met duizenden tegelijk geplant. Het was noeste arbeid. De arbeiders moesten regelmatig op handen en knieën door het zand kruipen om half bedolven boompjes weer op te graven – een oefening in geduld én rugspieren. Het zand gaf zich niet zomaar gewonnen, maar de aanhouders wonnen uiteindelijk. Boom voor boom, jaar na jaar, groeide er een bos waar eerst alleen de wind woonde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de aanplant abrupt tot stilstand. De Duitse bezetter wilde vrij schootsveld vanuit de bunkers, en tja, bomen stonden alleen maar in de weg. Pas na de oorlog mocht de natuur weer omhoog klimmen. Nu is Westerschouwen een verrassend heuvelachtig bos, vol dennen, loofbomen en paadjes waar het licht gefilterd binnenvalt.

Ironisch genoeg is het zand nog steeds niet helemaal gekalmeerd. Bij de Meeuwenduinen schuift een groot stuifduin gestaag richting fietspad. Dagelijks het pad stofzuigen is natuurlijk geen optie, dus Staatsbosbeheer heeft het inmiddels verlegd.

Uitzicht vanaf de uitkijktoren: de vuurtoren als baken

Halverwege de wandelroute door Kop van Schouwen, bij de Walvisbunker in de Zeepeduinen, staat een uitkijktoren die je trakteert op een panorama over de Kop van Schouwen om stil van te worden. Aan de ene kant zie je de golvende zandvlakten. Aan de andere kant, als een rood-witte zuurstok in de verte, de vuurtoren van Haamstede. Die sierde ooit trots het 250-guldenbiljet: Zeeland in je portemonnee.

De markante spiraal is geen artistieke bevlieging, maar puur praktisch vernuft. Toen in de jaren 30 op de Kop van Schouwen een klein vliegveldje lag, moest de toren beter zichtbaar zijn voor piloten. Een plaatselijke schilder bedacht een briljant plan: hij liet een lange scheepstros om de toren zakken en gebruikte die als geleidelijn voor zijn kwast. Het resultaat? De perfecte Zeeuwse spiraal die nog altijd om de bakstenen kolos draait.

Vuurtorenwachter Kees Polderman, die hier tot begin jaren negentig de wacht hield, vertelde ooit in het AD dat zijn dagen vooral bestonden uit poetsen. “Van patrijspoort tot optiek. Als er één vingerafdruk op zat, kreeg je het te horen.” Liters koperpoets gingen erdoorheen per jaar. Tegenwoordig houdt niemand dat blinkende regime meer bij, maar de toren blijft een vertrouwd oriëntatiepunt in de duinen van Kop van Schouwen. Als een oude vriend die altijd even zwaait als je hem ziet.

Damherten in de bronsttijd

In oktober krijgt het laatste stuk van de wandeling door Boswachterij Westerschouwen een extra soundtrack: het diepe, grommende gebrul van damherten in de bronsttijd. Het is het oergeluid van mannen met één missie: indruk maken. De mannetjes zwellen op van testosteron, markeren hun terrein, vechten met rivalen en besprenkelen zichzelf met urine – een parfum dat alleen voor hinden aantrekkelijk is.

De damherten hier stammen af van parkdieren die ooit wisten te ontsnappen en dachten heel duidelijk: nou… dit eiland bevalt ons wel. Ze zijn kleiner dan edelherten, groter dan reeën, en hun vacht varieert van licht tot bijna zwart, vaak met fraaie witte vlekken. De mannetjes dragen een imposant schoffelvormig gewei, hun kroon én wapen.

Wie goed kijkt, ziet ze op de toppen van de duinen staan, waakzaam als standbeelden met spieren. De beste kans heb je in de vroege ochtend of tegen de schemer, als ze actief worden. Wandel rustig, stop af en toe, en laat je blik glijden over de duintoppen. Zelfs als je ze niet ziet, hoor je ze misschien. Dat geburl (half oerkreet, half keelklank) doet je even vergeten dat je in Zeeland loopt. Je waant je in een ruig stukje Schotland, alleen met een beetje meer zand tussen je sokken.

Van Atlantikwall tot vleermuizenhotel

Verspreid over de Zeepeduinen in de Kop van Schouwen liggen 40  betonnen herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog: bunkers van de Atlantikwall. Ooit was deze linie bedoeld om de kust te verdedigen tegen een invasie, die gelukkig nooit kwam. De route voert langs (en zelfs over) de grootste: de Walvisbunker, nu letterlijk het fundament van een uitkijkpunt. Waar ooit soldaten uitkeken naar vijanden, tuurt de wandelaar nu naar damherten en wolkenluchten.

De natuur heeft de bunkers inmiddels geclaimd en omgetoverd tot vleermuizenhotels van topklasse. De dikke muren houden de kou buiten en zorgen voor een constante temperatuur. Van oktober tot maart hangen er honderden vleermuizen in diepe winterslaap, keurig opgerold als levende dropveters.

Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten beheren de bunkers met zorg voor deze nieuwe bewoners. De meeste zijn in de winter afgesloten om rust te bewaren. Alleen in de zomermaanden worden enkele bunkers geopend tijdens excursies. Dan mag je even binnenkijken in zo’n betonnen tijdcapsule en zien hoe oorlogserfgoed is veranderd in natuurmonument.

Het is een mooi beeld van de Kop van Schouwen zelf: wat de mens bouwt, neemt de natuur vroeg of laat over, en maakt er iets beters van. De bunkers staan er nog, maar ze zijn niet langer van de oorlog. Ze zijn van de vleermuizen. En eerlijk is eerlijk: dat is een stuk gezelliger.

Zwaarte wandelroute

Deze wandelroute is 13 km lang. Op zich niet heel lang, maar hou rekening met hoogteverschillen in de Kop van Schouwen: het traject door het bos en de duinen stijgt en daalt voortdurend. Ook het rulle duinzand en het strand maken deze route zwaarder dan je misschien zou verwachten.

Aanbevolen seizoen

In alle seizoenen de moeite waard, maar zeker ook in herfst en winter. De laagstaande zon en langgerekte schaduwen maken het landschap van de Kop van Schouwen geweldig fotogeniek!

Horeca

Aan begin/eind.

Inkorting tijdens broedseizoen (15 maart – 15 juli)

Het prachtige stuk door de duinen (in de routebeschrijving 58 t/m 62) is tijdens het broedseizoen helaas niet toegankelijk. Onderstaande link geeft je een alternatieve wandelroute van 11 km door de Kop van Schouwen. Deze ingekorte variant wordt op deze pagina verder niet beschreven; gebruik de Komoot-app voor navigatie onderweg.
» www.komoot.nl/tour/541853864

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wandelen op Schouwen-Duiveland

Weinig kuststroken in Nederland zijn zo mooi als dit stukje Schouwen-Duiveland. Als je buiten Zeeland woont, dan moet je even een stukje reizen om hier te komen. Maar die reis is zonder meer de moeite waard. In de Kop van Schouwen, een uitgestrekt natuurgebied vlakbij Westenschouwen en Burgh-Haamstede, vind je een fantastische mix van bossen, een weids en ongerept duingebied, en een prachtig stuk Noordzeestrand.

Waar ooit stuivende duinen dorpen bedreigden, groeien nu dennenbossen vol vogels, damherten en stilte. Tussen bunkers, uitkijktorens en wuivend helmgras ontvouwt zich een landschap dat voortdurend verandert, maar altijd dat typische Zeeuwse gevoel van ruimte ademt. Deze wandeling laat je de Kop van Schouwen beleven zoals hij bedoeld is: ruig, verrassend en met zand in je schoenen – want dat hoort erbij!

  • de combinatie bos, duinen en strand
  • een uitzichttoren, waar je bij mooi weer de Vuurtoren van Burgh-Haamstede en de Zeelandbrug bij Zierikzee kunt spotten
  • een van de mooiste duingebieden van Nederland
  • een van de mooiste stranden van Nederland

Zwaarte wandelroute

Deze wandelroute is 13 km lang. Op zich niet heel lang, maar hou rekening met hoogteverschillen in de Kop van Schouwen: het traject door het bos en de duinen stijgt en daalt voortdurend. Ook het rulle duinzand en het strand maken deze route zwaarder dan je misschien zou verwachten.

Aanbevolen seizoen

In alle seizoenen de moeite waard, maar zeker ook in herfst en winter. De laagstaande zon en langgerekte schaduwen maken het landschap van de Kop van Schouwen geweldig fotogeniek!

Horeca

Aan begin/eind.

Inkorting tijdens broedseizoen (15 maart – 15 juli)

Het prachtige stuk door de duinen (in de routebeschrijving 58 t/m 62) is tijdens het broedseizoen helaas niet toegankelijk. Onderstaande link geeft je een alternatieve wandelroute van 11 km door de Kop van Schouwen. Deze ingekorte variant wordt op deze pagina verder niet beschreven; gebruik de Komoot-app voor navigatie onderweg.
» www.komoot.nl/tour/541853864

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Van stuivende vlakte naar het grootste bos van Zeeland

Wie nu door Boswachterij Westerschouwen wandelt, loopt door het grootste aaneengesloten bosgebied van Zeeland. Maar nog geen eeuw geleden was hier geen boom te bekennen. De Domaniale Duinen waren één grote, stuivende zandbak – en dan niet zo’n gezellige bak met plastic schepjes, maar een die complete akkers en dorpen dreigde te verzwelgen. Het zand leefde, bewoog, en maakte het de eilanders knap lastig.

Genoeg is genoeg, besloot Staatsbosbeheer rond 1920. Er kwam een ambitieus plan: de duinen temmen met een leger jonge bomen. Corsicaanse en Oostenrijkse dennen werden met duizenden tegelijk geplant. Het was noeste arbeid. De arbeiders moesten regelmatig op handen en knieën door het zand kruipen om half bedolven boompjes weer op te graven – een oefening in geduld én rugspieren. Het zand gaf zich niet zomaar gewonnen, maar de aanhouders wonnen uiteindelijk. Boom voor boom, jaar na jaar, groeide er een bos waar eerst alleen de wind woonde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de aanplant abrupt tot stilstand. De Duitse bezetter wilde vrij schootsveld vanuit de bunkers, en tja, bomen stonden alleen maar in de weg. Pas na de oorlog mocht de natuur weer omhoog klimmen. Nu is Westerschouwen een verrassend heuvelachtig bos, vol dennen, loofbomen en paadjes waar het licht gefilterd binnenvalt.

Ironisch genoeg is het zand nog steeds niet helemaal gekalmeerd. Bij de Meeuwenduinen schuift een groot stuifduin gestaag richting fietspad. Dagelijks het pad stofzuigen is natuurlijk geen optie, dus Staatsbosbeheer heeft het inmiddels verlegd.

Uitzicht vanaf de uitkijktoren: de vuurtoren als baken

Halverwege de wandelroute door Kop van Schouwen, bij de Walvisbunker in de Zeepeduinen, staat een uitkijktoren die je trakteert op een panorama over de Kop van Schouwen om stil van te worden. Aan de ene kant zie je de golvende zandvlakten. Aan de andere kant, als een rood-witte zuurstok in de verte, de vuurtoren van Haamstede. Die sierde ooit trots het 250-guldenbiljet: Zeeland in je portemonnee.

De markante spiraal is geen artistieke bevlieging, maar puur praktisch vernuft. Toen in de jaren 30 op de Kop van Schouwen een klein vliegveldje lag, moest de toren beter zichtbaar zijn voor piloten. Een plaatselijke schilder bedacht een briljant plan: hij liet een lange scheepstros om de toren zakken en gebruikte die als geleidelijn voor zijn kwast. Het resultaat? De perfecte Zeeuwse spiraal die nog altijd om de bakstenen kolos draait.

Vuurtorenwachter Kees Polderman, die hier tot begin jaren negentig de wacht hield, vertelde ooit in het AD dat zijn dagen vooral bestonden uit poetsen. “Van patrijspoort tot optiek. Als er één vingerafdruk op zat, kreeg je het te horen.” Liters koperpoets gingen erdoorheen per jaar. Tegenwoordig houdt niemand dat blinkende regime meer bij, maar de toren blijft een vertrouwd oriëntatiepunt in de duinen van Kop van Schouwen. Als een oude vriend die altijd even zwaait als je hem ziet.

Damherten in de bronsttijd

In oktober krijgt het laatste stuk van de wandeling door Boswachterij Westerschouwen een extra soundtrack: het diepe, grommende gebrul van damherten in de bronsttijd. Het is het oergeluid van mannen met één missie: indruk maken. De mannetjes zwellen op van testosteron, markeren hun terrein, vechten met rivalen en besprenkelen zichzelf met urine – een parfum dat alleen voor hinden aantrekkelijk is.

De damherten hier stammen af van parkdieren die ooit wisten te ontsnappen en dachten heel duidelijk: nou… dit eiland bevalt ons wel. Ze zijn kleiner dan edelherten, groter dan reeën, en hun vacht varieert van licht tot bijna zwart, vaak met fraaie witte vlekken. De mannetjes dragen een imposant schoffelvormig gewei, hun kroon én wapen.

Wie goed kijkt, ziet ze op de toppen van de duinen staan, waakzaam als standbeelden met spieren. De beste kans heb je in de vroege ochtend of tegen de schemer, als ze actief worden. Wandel rustig, stop af en toe, en laat je blik glijden over de duintoppen. Zelfs als je ze niet ziet, hoor je ze misschien. Dat geburl (half oerkreet, half keelklank) doet je even vergeten dat je in Zeeland loopt. Je waant je in een ruig stukje Schotland, alleen met een beetje meer zand tussen je sokken.

Van Atlantikwall tot vleermuizenhotel

Verspreid over de Zeepeduinen in de Kop van Schouwen liggen 40  betonnen herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog: bunkers van de Atlantikwall. Ooit was deze linie bedoeld om de kust te verdedigen tegen een invasie, die gelukkig nooit kwam. De route voert langs (en zelfs over) de grootste: de Walvisbunker, nu letterlijk het fundament van een uitkijkpunt. Waar ooit soldaten uitkeken naar vijanden, tuurt de wandelaar nu naar damherten en wolkenluchten.

De natuur heeft de bunkers inmiddels geclaimd en omgetoverd tot vleermuizenhotels van topklasse. De dikke muren houden de kou buiten en zorgen voor een constante temperatuur. Van oktober tot maart hangen er honderden vleermuizen in diepe winterslaap, keurig opgerold als levende dropveters.

Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten beheren de bunkers met zorg voor deze nieuwe bewoners. De meeste zijn in de winter afgesloten om rust te bewaren. Alleen in de zomermaanden worden enkele bunkers geopend tijdens excursies. Dan mag je even binnenkijken in zo’n betonnen tijdcapsule en zien hoe oorlogserfgoed is veranderd in natuurmonument.

Het is een mooi beeld van de Kop van Schouwen zelf: wat de mens bouwt, neemt de natuur vroeg of laat over, en maakt er iets beters van. De bunkers staan er nog, maar ze zijn niet langer van de oorlog. Ze zijn van de vleermuizen. En eerlijk is eerlijk: dat is een stuk gezelliger.