Wessel Zweers
Latest posts by Wessel Zweers (see all)

Misschien associeer je Italië vooral met zonvakanties, fijne steden en wijn – kortom La Bella Italia. In deze blogpost wil ik je laten zien dat Italië ook voor wandelaars veel te bieden heeft. Als wandelaar zie je niet alleen heel diverse natuur, maar kom je ook langs een enorme verscheidenheid aan cultuurhistorische bezienswaardigheden. En nee hoor, het zijn niet alleen de Romeinen die daarvoor hebben gezorgd.

Een fraai wandelland dus. Sterker nog: van alle Europese landen behoort Italië tot mijn persoonlijke top 3. Dat dit land bij mij nét niet nummer 1 is, heeft te maken met twee kleine minpuntjes. Als je liever niet wil vliegen, zoals ik, is het best wel een eind met auto of trein. En sommige delen van Italië zijn toch wel warm in de zomermaanden, dus meer geschikt voor lente of herfst.

Opkomst van wandelland Italië

Even een klein stukje geschiedschrijving. Italië brak voor het eerst door als wandelland door de opkomst van berghutten (refugio). De eerste hut (Capanna Vincent) dateert van eind 18e eeuw en was eigenlijk slechts bedoeld als onderkomen voor mijnwerkers. In hetzelfde gebied (Monte Rosa) werd rond 1850 een andere hut gebouwd voor wetenschappers.

Tot 1900 verschenen her en der meer hutten. Ook werden jachthutten omgebouwd tot pensionachtige onderkomens. Hoewel de eerste bergbeklimmers al een eeuw eerder het nieuws haalden met hun pionierstochten, vormden vooral deze hutten de doorbraak naar een veel groter publiek.

Vele hutten worden beheerd door de Club Alpino Italiano (CAI), opgericht in 1865. Deze club ging zich ook al snel bezighouden met het markeren van paden. De CAI is in bijna anderhalve eeuw uitgegroeid tot een grote organisatie met meer dan 300.000 leden. Tegenwoordig krijgen ook ecologische problemen (milieuverontreiniging, erosie) volop aandacht.

In welk seizoen naar Italië?

Is Italië niet veel te heet voor wandeltochten? Ja en nee. Ja, het kan er behoorlijk warm worden. Maar aan de andere kant:  van alle landen rondom de Middellandse Zee heeft Italië misschien wel het prettigste klimaat voor wandelaars. Er zijn wel duidelijke regionale verschillen:

  • De Italiaanse Alpen hebben een typisch bergklimaat: koeler (vooral op grote hoogte), meer regen en vaak ook wat wisselvalliger weer. Het westen (Aosta) is wat droger maar ook warmer; het oosten (Julische Alpen) is koeler maar ook natter.
  • Pal ten zuiden van de Alpen ligt de Povlakte: ’s zomers zonnig en heet, ’s winters koud en nat (ook sneeuw). In de zomer kan het hier ook behoorlijk regenen.
  • De Apennijnen, zeg maar de ruggengraat van Italië, heeft weer licht alpiene trekken: wat koeler en regenrijker dan het warme zuiden.
  • De kuststrook en het zuiden hebben ronduit mediterrane trekken: warme en droge zomers, zachte winters. Maar zelfs hier liggen de maximumtemperaturen in de zomer meestal niet boven de 30 graden – of er moet sprake zijn van een hittegolf.

Al met al zijn de Italiaanse Alpen (Dolomieten) en ook wel de Apennijnen prima geschikt voor zomerse wandel- en fietstochten, terwijl de rest van het land zich wat meer leent voor tochten in voor- en najaar. Zomerse wandelingen zijn in principe ook best te doen, maar hou wel rekening met de temperatuur: neem extra water mee, pas het looptempo aan en wandel zo min mogelijk tijdens de warmste uren van de dag.

Mooie wandelgebieden in Italië

Nationale parken

Om te beginnen is er een overvloed aan nationale parken. Italiës eerste nationale park dateert van 1922, maar pas in de jaren 90 is het aantal flink toegenomen. Momenteel zijn er 20 nationale parken, met nog eens 4 in aantocht. Samen beslaan ze 6% van de totale oppervlakte van Italië en liggen ze verspreid over het hele land, met uitzondering van Sicilië.

Verder zijn er meer dan 120 natuurparken, waarvan het merendeel in het noorden ligt. Plus nog ruim 400 natuurreservaten met bijzondere planten, dieren of ecosystemen.

Voor een totaaloverzicht: www.parks.it, de website van de Federazione Italiana Parchi e Riserve Naturali. Een tikje spartaanse website, maar wel heel informatief. Hier vind je alle beschermde gebieden in Italië, ieder toegelicht met hun belangrijkste kwaliteiten.

Wat ik maar wil zeggen: keuze is er dus meer dan genoeg. Maar mocht de keuzestress nu opeens bij je toeslaan, geen nood. Hier een paar mooie wandelgebieden waar ik zelf ervaring mee heb. Uiteraard is het maar een beperkte selectie. Vind je dat een ander wandelgebied absoluut ontbreekt? Laat het helemaal onderaan bij de reacties weten.

Gran Paradiso

Het natuurreservaat Gran Paradiso ligt ten zuiden van Aosta in de noordwestpunt van Italië, dicht bij de Mont Blanc. Het reservaat omvat, met uitzondering van het Valsavaranche, het gehele gebied tussen het dal van Cogne, de Monte Rosa dei Bianche, de Orco-vallei en de Val di Rhêmes.

De Gran Paradiso (4061 meter) is de hoogste top en gelijk ook de enige vierduizender die zich helemaal op Italiaans grondgebied bevindt. De berg domineert het uitzicht in de Aosta-vallei, die met haar zijdalen wat mij betreft een van de mooiste delen van de Alpen is. Het westelijk deel is een groen landschap, terwijl het zuiden je indrukwekkende vergezichten over een rotsachtig landschap biedt.

Het ‘Grote Paradijs’ beslaat zo’n 60.000 ha. De grote gletsjers vallen direct op, maar ook andere hoge toppen zoals de Gran Serra (3552 m) en La Grivola (3969 m). Een mild klimaat zorgt voor een weelderige flora en fauna. De toppen in het noorden en het westen schermen het gebied redelijk goed af tegen slecht weer. In de zomer kan het overdag aardig warm worden, maar ’s nachts zakt de temperatuur meer dan eens onder het vriespunt.

Dolomieten

Dit blijft nog altijd mijn favoriete stukje van de hele Alpen. De Oostenrijkse Alpen lopen naar het zuiden vrijwel naadloos over in de Italiaanse Alpen, de Dolomieten dus. Toch vind ik de sfeer in de Dolomieten heel anders. Allereerst heeft dat te maken met het landschap, dat vooral gekenmerkt wordt door ruige en steile kalkstenen massieven. Daarnaast is er de Italiaanse cultuur: wat mediterraner, lekker eten, en misschien nog wel de beste troef: goede cappuccino. ’s Ochtends wakker worden in een Italiaanse berghut en dan een cappuccino bij het ontbijt: daar kan toch geen enkele ervaring tegenop?

In de Dolomieten: Adamello

Vrijwel elk deel van de Dolomieten kan ik wel aanraden voor een wandelvakantie, maar eentje in het bijzonder: de Adamello. De bergen van de Adamello liggen midden in die Dolomieten, zo’n 30 km ten westen van de befaamde Brentagroep. Toch is de Adamello een echt Alpengebergte en heeft het veel weg van de bergen die je in de Centrale Alpen aantreft: een hard en donker granietgesteente dat in plompe massieven in het landschap is gedropt.

In het noorden van de Adamello glinsteren enkele flinke gletsjers, die het gebergte een behoorlijk alpien karakter geven. Tijdens het wandelen waan je je soms meer in Zwitserland dan in Italië. Maar in de hutten heb je wel weer die typisch Italiaanse sfeer.

De Adamello ligt ingeklemd tussen een aantal dalen:

  • Noorden: de Val Camonica en Val di Vermiglio. Aan de andere kant van die dalen begint de Ortlergroep, met toppen tot bijna 4000 meter.
  • Oosten: de beroemde en daardoor zeer drukke Brentagroep.
  • Naar het zuiden gaan de bergen uiteindelijk over in de Po-vlakte.
  • In het westen ligt Val Camonica, dat in het zuiden uitkomt in het Lago d’Iseo. Dat meer zie je bij helder weer liggen vanaf de Refugio Maria e Franco.

De Adamello is een vrij klein berggebied. In een aantal dagen kun je van zuid naar noord doorheen lopen. Eenvoudig toegankelijk is het gebied echter niet. Toeristen komen over het algemeen niet verder dan de bekende toeristenoorden aan de rand van het gebergte, zoals Pinzolo en het beroemde Madonna de Capiglio.

Umbrië

Umbrië ligt ongeveer halverwege die typerende Italiaanse laars. Eigenlijk op dezelfde hoogte als het wereldberoemde Toscane met zijn oogstrelende heuvels en archetypische cipressenlanen, en dat heerlijke stadje Siena met zijn beeldschone schelpvormige marktplein. Toch zou ik wandelaars eerder Umbrië aanraden. Het is er groener, ruiger en ongerepter. Je hebt er net zo goed pittoreske stadjes, maar dan met minder toeristen. Het is er bovendien aanmerkelijker goedkoper. Zo heb ik een keer met het gezin op een terrasje gezeten om koffie met iets lekkers te nuttigen. Totale kosten: afgerond 10 euro, en het smaakte allemaal fantastisch. Kom daar maar eens in Toscane om.

In Umbrië: Monti Sibillini

Aan de rand van Umbrië, op de grens met buurman Marche, ligt nationaal park Monti Sibillini. Dit park is zonder meer een eye-opener. Als ik een top 5 zou maken van onontdekte wandelgebieden in Europa, dan krijgt Monti Sibillini beslist een plekje. Vooral kenmerkend zijn de weidse hoogvlakten, met name de Piano Grande – alsof je in een film loopt. Ik was er zelf in de zomer, maar het mooiste seizoen is het voorjaar als de Piano Grande in bloei staat – alsof je naar een impressionistisch schilderij kijkt. In welk seizoen je er ook komt: voor dagwandelingen is het fraai gelegen stadje Castelluccio een mooi vertrekpunt.

Sardinië

Het klinkt misschien een beetje gek. Ik ben nog nooit eerder op Sardinië geweest. En toch zet ik dit eiland op mijn lijstje van aanbevolen wandelgebieden. Een jaar of 15 geleden las ik over Sardinië in een Lonely Planet-wandelgids. Ik was direct gefascineerd. Corsica en Sicilië zijn tamelijk bekend, maar dat mysterieuze eiland daartussen?

Er is veel bijzonders te zien: flamingo’s, mooie haventjes, pastelkleurige huizen, karstformaties, weidse stranden, steile rotskusten, olijfbomen, eiken, de vulkaan Monte Arci. Vooral aan de bergachtige oost- en westkust zijn er fraaie wandelgebieden. De natuur is ruig en je zult weinig andere wandelaars tegenkomen.

Al jaren neem ik me voor om er een keer heen te gaan. Maar steeds viel de keuze op iets anders, of vormden praktische overwegingen een te groot obstakel (hoe kom je daar zonder te vliegen?). Dit toeristische filmpje geeft je in ieder geval een aardige impressie.

Bekende wandelroutes in Italië

Italië heeft niet zo’n uitgebreid en fijnmazig netwerk van langeafstandwandelroutes zoals verschillende West-Europese landen dat hebben. Toch kent het land wel een aantal wereldberoemde paden. En er zijn in de meeste regio’s ook wel lokale routes. Sommige hebben een historische of religieuze achtergrond.

E1

De Europese wandelroute E1 loopt helemaal van Zweden naar Italië. Het Italiaanse deel begint bij het Lago Lugano, doorkruist de Povlakte en volgt verder de GEA tot Scapoli in Umbrië – kortom veel variatie. Meer informatie: Federazione Italiana Escursionismo. Zie verder de pagina E1.

Grande Traversata delle Alpi (GTA)

De GTA loopt van Viozene in Ligurië via Piemonte en Aosta naar Valle Anzasca, nabij de grens met Zwitserland. Het goede nieuws is dat er behoorlijk wat overnachtingsadressen langs deze route te vinden zijn. Het slechte nieuws is dat de GTA op sommige delen een extreem zware uitdaging vormt voor bergwandelaars. Niet alleen door enorme hoogteverschillen, maar vooral door achterstallig onderhoud, waardoor de GTA op enkele plaatsen helemaal overgroeid zijn. Daarom raad ik deze route zonder gedegen voorbereiding (reisverslagen, goede topokaarten, actuele informatie) niet direct aan. Maar toch blijft het een veelbelovende wandelroute om in de gaten te houden. Meer info: Associazione Grande Traversata delle Alpi.

Grande Escursione Appenninica (GEA)

Een meer dan 400 km lange route die de Apennijnen in de lengterichting doorkruist. Meer info: zie de gelijknamige gids van Alfonso Bietolini en Gianfranco Bracci, met 1:30.000 kaarten.

Via Francigena

Deze oude pelgrimsroute loopt van Groot-Brittannië naar Rome. Zie de aparte pagina Via Francigena.

Via Appia

Van Rome naar Bari loopt de 500 km lange Via Appia, aangelegd in 312 voor Christus. De via is er nog en is gedeeltelijk ook wel te belopen, maar stukken zijn ofwel verdwenen ofwel verkeersweg geworden. Asfalt is dus niet te vermijden is, maar een avontuurlijke reis is gegarandeerd – zeker als je van cultuurhistorie houdt. Zie de aparte pagina Via Appia.

Via Vandelli

Na het huwelijk van Ercole Rinaldo, hertog van Modena en Maria Theresa Cybo uit Massa-Cararra, werd in 1739 een begin gemaakt met de aanleg van de Via Vandelli. Deze transapennijnse route verbond Modena met Marina di Massa aan de Ligurische kust. De bouw van deze 180 km lange en voor paarden en ezelkarren begaanbare route kwam in 1752 gereed volgens de plannen van de monnik Abate Domenico Vandelli. Meer dan 2000 arbeiders waren verantwoordelijk voor de aanleg van deze, in zijn tijd als heuse autobaan geldende, route. Voor een deel is de oude bestrating van grote stenen platen nog intact.

Vanwege de groeiende interesse voor historische routes kwam ook de Via Vandelli weer in de belangstelling van de lokale overheden van Emilia en Toscane. Zij waren dan ook verantwoordelijk voor het restaureren van het wegdek van de meest interessante gedeelten van de route.

Via Romea

Door het prachtige Italiaanse landschap loopt de achtste-eeuwse Via Nonantolana, een oude pelgrimsroute naar Rome. De route volgt het gedeelte van de vlakte van Bologna naar het in Toscane gelegen Pistoia. Je steekt de Apennijnen over, de bergketen die dwars door Italië loopt. Onderweg proef je in de dorpen en pelgrimsoorden die je passeert, niet alleen de sfeer van de eeuwenlange bonte geschiedenis, maar kun je ook genieten van de heerlijke Italiaanse keuken.

Sentiero Italia (SI)

Voor absolute doorlopers: de SI is een 5000 km (!) lange route in wording, die vanuit Triëst in een soort S-vorm via de Italiaanse Alpen en de Apennijnen naar Calabria in het uiterste zuiden moet lopen. Er is zelfs een verlenging via Sicilië en Sardinië gepland. Het totaal gaat 350 dagetappes omvatten, dus een jaar lopen! Meer informatie: Associazione Sentiero Italia.

Lokale paden

Bovenstaande langeafstandroutes zijn lang niet de enige wandelroutes. Italië telt duizenden lokale wandelroutes. Ze zijn te vinden in wandelgidsen, en staan vaak ook op topografische kaarten ingetekend.

Wandelkaarten voor Italië

De topokaarten van Kompass – zowel 1:25.000 als 1:50.000 – dekken de meeste Italiaanse gebieden. Ze zijn verkrijgbaar bij reisboekhandels, maar ook wel in Italiaanse boekhandels en kiosken. Op deze kaarten staan ook wandelroutes ingetekend, maar mijn ervaring is dat deze niet altijd even nauwkeurig zijn.

Kwalitatief beter, maar met veel beperkter dekking:

  • Tabacco (1:25.000, delen van de Italiaanse Alpen),
  • Edizioni Multigraph (Toscane en Apennijnen),
  • Istituto Geografico Centrale (1:25.000 en 1:50.000, westelijke Italiaanse Alpen),
  • Istituto Geografico Militare (1:25.000, Sardinie)

Overzichtskaarten:

  • Michelin: kaarten 428-433 (1:300.000), of heel Italië op kaart 988 (1:1.000.000),
  • Touring Club Italiano (TCI): 13 kaarten met schaal 1:200.000.

Italiaanse wandeltijdschriften

Ben je echt een fan van Italië geworden? En beheers je ook de taal een beetje? Overweeg dan een abonnement op een van de volgende Italiaanse bladen.

Trekking

Routes, reportages en toeristische/cultuurhistorische achtergrondinformatie. Website: www.trekking.it.

Montagna

Nieuws en achtergronden over klimmen en bergsport.

Alp

Eveneens gericht op bergsport. Fraaie foto’s.

Jouw ervaringen met wandelen in Italië

Heb je zelf een site met wandeltips? Of heb je een aanvulling op deze pagina met info? Laat het hieronder weten.