Beekjes die kronkelend door een schilderachtig landschap stromen – nee, die komen in Nederland niet zo vaak meer voor. Alleen al daarom is het gave stroomdallandschap van de Drentsche Aa uitzonderlijk. Sinds 2002 heeft de Drentsche Aa de status Nationaal Park. Alleen al aan die beschermde status zit een eigen verhaal vast.

Drentsche Aa: what’s in a name?

Waar hebben we het precies over? De Drentsche Aa ligt ten oosten van de spoorlijn Assen-Groningen. Het stroomdallandschap bestaat uit een hele rits kleine beekjes. Gek genoeg heet geen daarvan ‘Drentsche Aa’. Die naam duikt pas op in de provincie Groningen, als alle beekjes bij elkaar komen. Daarvoor hebben ze nog allemaal verschillende namen:

  • De oostelijke tak begint ten oosten van Grolloo en heet daar Anderse Diep. Later heet deze tak Rolderdiep en Gasterse Diep.
  • De westelijke tak heet achtereenvolgens Amerdiep, Deurzerdiep, Loonerdiep en Taarlose Diep. Gasterse Diep en Taarlose Diep gaan samen verder als Oudemolense Diep.
  • Pas als in Groningen het Anlooër Diepje erbij komt, verandert de naam in Drentsche Aa.
  • Om het nog ietsje ingewikkelder te maken: met het stroomdallandschap van de Drentsche Aa bedoelt men niet zozeer de rivier in Groningen, maar vooral het gebied van al die eigenzinnige voorlopers in Drenthe.

Snap je het nog een beetje? Kom, we gaan snel verder.

(bron: Staatsbosbeheer)

Rutger Kopland

Al sinds de jaren 60 kreeg de Drentsche Aa alle aandacht van Staatsbosbeheer en andere natuurbeheerders. Dat is ook niet verwonderlijk: we hebben het hier over het enige bekensysteem in Nederland dat nog redelijk gaaf is gebleven. Dat ongerepte zit ‘m niet alleen in al die beekjes, maar ook in houtwallen en bloemrijke hooilandjes. En dat zijn er nogal wat: het hele stroomgebied is bij elkaar 30.000 ha groot, waarvan 12.000 ha natuur- en bosgebied.

Dit alles levert een fijne mix van natuur en cultuur op. Zo fijn, dat ook veel schrijvers, dichters en schilders hier hun inspiratie zochten. Van hen is dichter Rutger Kopland – alias psychiater Rutger van den Hoofdakker – misschien wel de bekendste. Hij schreef hier zijn prachtige ‘Gedicht over de Drentse A’. Het eerste couplet:

Wat we mooi vinden, zonder cynisme, dat
is de liefde en het café achteraf. Daar
zitten we met ons lachend gezicht, we mogen
elkaar, maar we mogen alleen geloven wat
waar is, we lachen met onze tanden, onze
handen liggen op tafel te wachten tot wij
ze weer meenemen. Oh, we gaan beslist nog
een keer naar de Drentse A.

Helder water

Het Drentsche Aa-gebied heeft nog iets bijzonders wat de artistieke verbeelding aanspreekt: zuiver water. Door die zuiverheid komen er nog zeldzame vissen voor, zoals de kleine modderkruiper en de rivierprik. En langs dat heldere water vind je ook bijzondere planten, zoals de zwarte rapunzel, de moerasmuur, de grote ratis en wilde orchideeën.

(bron: Waterschap Hunze en Aa’s)

Drinkwater

Het schone water uit de Aa is ook om andere redenen belangrijk: al ruim 100 jaar wordt er drinkwater uit de rivier gewonnen. Alle inwoners van de stad Groningen, Haren, Glimmen en Eelde-Paterswolde krijgen dit water uit hun kraan. Dat zijn bij elkaar een paar honderdduizend Nederlanders.

Deze afhankelijkheid was een ijzersterk argument in de lobby om de Drentsche Aa een beschermde status te geven. Dit in tegenstelling tot veel andere authentieke landschappen in Drenthe, die uiteindelijk wel zijn verdwenen door ruilverkaveling en herinrichting.

Maar hoe zuiver en natuurlijk de Drentsche Aa ook is, het beekdal is toch in de eerste plaats een cultuurlandschap. In de lange geschiedenis zijn het steeds mensenhanden geweest die het landschap hebben geboetseerd. De boeren beheren de hooilanden langs de beekjes nog op authentieke manier: eenmaal per jaar, in het najaar, wordt de vegetatie gemaaid en het maaisel afgevoerd. Regelmatig treedt de Aa buiten zijn oevers, waardoor de hooilanden minder schraal worden.

Drenthe: van moeras naar cultuurland

Terug naar het gedicht van Rutger Kopland. Het volgende couplet:

Als we de moed maar hadden om
er over te praten, we hadden het toch
gezien wat de paarden deden, hoe
afwezig de ene zijn hoofd over de nek
van de ander legde, ze elkaar zachtjes
beten, liepen alsof ze elkaar al jaren
volgden zonder te zien, ze gebogen
stonden over de A, tot hun knieën
in het moeras.

Paarden die tot hun knieën wegzakken in het moeras van de Aa? Dat beeld is meer dan poëtische verbeelding. Drenthe bestond namelijk ooit grotendeels uit kale vlakten met heide en moeras. Die waren ontstaan in de laatste ijstijd, toen ijsvelden van een kilometer dik als bulldozers over het land walsten.

Het vele smeltwater kon alleen ondergronds wegstromen. Zo is het beekdal van de Drentsche Aa ontstaan. Handelaars konden alleen via een paar corridors het eentonige landschap doorkruisen. Een daarvan liep van Sleen via Rolde en Balloo verder naar Groningen. Zulke paden waren een zaak van leven en dood. Wie ervan afweek, verdronk vrijwel zeker in het omliggende moeras.

De eerste landbouw

Langs de corridors ontstonden de eerste nederzettingen. De meeste waren maar tijdelijk, ze werden verplaatst zodra de grond uitgeput raakte. Pas in de 9e eeuw kwamen de dorpen op hun huidige plaatsen te liggen. Er groeide een grote behoefte aan landbouwgrond. Daarvoor werden bossen gekapt, waardoor de typisch Drentse essen ontstonden. In de middeleeuwen waren uiteindelijk bijna alle bossen in het gebied van de Drentsche Aa verdwenen.

Toch bleef de provincie onherbergzaam. De landbouwgronden waren in deze eeuwen schraal en boeren leidden een arm bestaan. Om de risico’s te spreiden moesten ze zoveel mogelijk grond gebruiken voor hun akkerbouw en vee. Daardoor bleef de bevolkingsdichtheid eeuwenlang laag: gemiddeld acht inwoners per vierkante kilometer.

Aan het eind van de 18e eeuw bestond 70% van Drenthe nog uit heide en zand. Pas daarna begon de werkelijke ontwikkeling van de provincie. Veel woeste grond werd ontgonnen tot bos of cultuurland. Vanaf 1940 veranderden ruilverkavelingen in sneltreinvaart het prille cultuurland. Beekdalen gingen onder de schop, stroompjes werden gekanaliseerd en veel sloten verdwenen. De opmars van de intensieve veehouderij begon.

Balloërveld

Heel andere menselijke sporen zijn nog goed te zien in het Balloërveld. De wandelroute neemt je mee door de resten van een tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog. De gracht, nu met heide begroeid, was een deel van een verdedigingslinie tussen Meppel en Groningen.

Moerassen, ijsvelden, schrale landbouwgrond, gedwongen kolonisatie en tankgrachten – het zal duidelijk zijn dat de geschiedenis van Drenthe geen pretje is geweest. Een geschiedenis die haaks staat op het liefelijke beeld dat veel wandelaars nu van Drenthe hebben.

Nationaal Landschap wordt Nationaal Park

Dan het derde en laatste couplet:

Het is geen nieuw gevoel geweest vandaag,
het was niet alleen voor elkaar bedoeld,
het is oud en blijvend en het ging niet
weg toen wij weggingen. Ik kan je hand
niet aanraken, je hoeft niet te blijven
zegt je hand, ik zit te kijken tegen
iemand die hier niet is, in dit café
tenminste niet.

Aan de geboorte van een Nationaal Park gaat veel overleg vooraf. En een deel van dat overleg voltrok zich – geheel toevallig, Kopland had dat ook niet kunnen bedenken – in cafés, te weten in Deurze en Tynaarlo. Daar vonden discussiebijeenkomsten plaats, waar burgers konden reageren op toekomstplannen rondom de Drentsche Aa die een commissie had uitgeknobbeld. Plannen zoals: een bezoekerscentrum, wandel- en fietsroutes, natuurexpedities, behoud van kerke- en schouwpaden, en een ‘groene rand’ rondom Assen.

Uiteindelijke stelde de minister in 2002 het Nationaal Park Drentsche Aa in. Het ging grofweg om de driehoek Assen-Gieten-Glimmen. Daarmee werd het formeel 1 van de 20 Nationale Parken in Nederland. Maar vanwege de nadrukkelijke aanwezigheid en belangen van agrariërs werd in eerste instantie gekozen voor een iets andere benaming: Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Het werd nog ingewikkelder. In 2006 werd het héle stroomgebied van de Drentsche Aa ingesteld als Nationaal Landschap Drentsche Aa. Het resultaat: een Nationaal Landschap Drentsche Aa, met daarbinnen Nationaal Park Drentsche Aa.

We zijn nog niet klaar, want met staatssecretaris Bleker veranderde de tijdgeest. De Nationale Landschappen werden min of meer vogelvrij verklaard en verloren hun status. De financiën voor de Nationale Parken en Nationale Landschappen werden bij de afzonderlijke provincies neergelegd. Gevolg: in verschillende provincies zijn de Nationale Landschappen min of meer verdwenen.

De Provincie Drenthe koos een andere oplossing. Het Nationaal Landschap (met daarbinnen dus het Nationale Park) werd voortaan simpelweg in zijn geheel als Nationaal Park Drentsche Aa aangemerkt. Daarmee kwamen de oude benamingen Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa en Nationaal Landschap Drentsche Aa te vervallen. Voortaan alleen nog maar Nationaal Park Drentsche Aa, een gebied dat loopt vanaf Groningen tot en met de bossen van Hart van Drenthe.

Snap je het nog een beetje? We gaan weer verder.

Onder het kanaal door

Zoals gezegd is en blijft de Drentsche Aa belangrijk voor landbouw en drinkwatervoorziening. Daarom was ook waterbeheer een belangrijk punt in de oprichting van het Nationale Landschap. Het Waterschap Hunze en Aa’s heeft al verschillende beekjes in hun oude staat hersteld. Zoals het Deurzerdiep: daar is een ‘vloedbos’ van wilgen en elzen gemaakt, dat meer water kan vasthouden en het ook kan filteren, zodat de waterkwaliteit beter wordt.

Een andere kluif voor het waterschap was het aanpassen van de benedenloop van de Drentsche Aa. De rivier eindigde eerst nog in het Noord-Willemskanaal, maar wordt nu onder (!) het kanaal doorgeleid en mondt uit in de Oude Aa. De bedoeling was dat daar een nieuw natuurgebied zou ontstaan. Een prettige bijkomstigheid van deze ‘onderleiding’ is dat er tijdens droge perioden geen vervuild water meer uit het Noord-Willemskanaal terugloopt in de Drentsche Aa.

Natuurontwikkeling is echter niet goedkoop. Kosten van dit project: ruim vier miljoen euro. Weinig wandelaars zullen zich dit realiseren als ze rondlopen in dit paradijselijke stroomdallandschap – en misschien is dat maar beter ook.

Wandelen

Wandelroute

Op deze site: een wandelroute van Westlaren naar Assen (19 km). Deze route volgt zoveel mogelijk de beekjes van de Drentsche Aa, doorkruist het Balloërveld en eindigt op een verrassende manier in Assen.

Wandelkaart

Verder aanbevolen: de wandelkaart Drentsche A van Staatsbosbeheer en Falk. Op deze kaart (1:25.000) staan tientallen wandelpaden en fietspaden ingetekend. Ideaal om zelf op de bonnefooi aan de wandel te gaan.

Website

www.drentscheaa.nl

Met dank aan

André Brasse, Coördinator Communicatie & Educatie Nationaal Park Drentsche Aa, verschafte Tweevoeter achtergrondinfo over het ontstaan van de status Nationaal Park.