Italië
In vogelvlucht
Van alle landen rondom de Middellandse Zee heeft Italië misschien wel het prettigste klimaat voor wandelaars. Maar er zijn wel duidelijke regionale verschillen:
- De Italiaanse Alpen hebben een typisch bergklimaat: koeler (vooral op grote hoogte), meer regen en vaak ook wat wisselvalliger weer. Het westen (Aosta) is wat droger maar ook warmer; het oosten (Julische Alpen) is koeler maar ook natter.
- Pal ten zuiden van de Alpen ligt de Povlakte: 's zomers zonnig en heet, 's winters koud en nat (ook sneeuw). In de zomer kan het hier ook behoorlijk regenen.
- De Apennijnen, zeg maar de ruggengraat van Italië, heeft weer licht alpiene trekken: wat koeler en regenrijker dan het warme zuiden.
- De kuststrook en het zuiden hebben ronduit mediterrane trekken: warme en droge zomers, zachte winters. Maar zelfs hier liggen de maximumtemperaturen in de zomer meestal niet boven de 30 graden - of er moet sprake zijn van een hittegolf.
Al met al zijn de Italiaanse Alpen prima geschikt voor zomerse wandeltochten, terwijl de rest van het land zich wat meer leent voor wandelingen in voor- en najaar. Zomerse wandelingen zijn hier in principe ook best te doen, maar hou wel rekening met de temperatuur: neem extra water mee, pas het looptempo aan en wandel zo min mogelijk tijdens de warmste uren van de dag.