Frankrijk
Algemene info
Staatsvorm: republiek.
Oppervlakte: 547.000 km2.
Bevolking: 59 miljoen inwoners (92% Frans, 3% Noord-Afrikaans, 2% Duits, 1% Bretons, 2% overig).
Voertaal: Frans. Jongere Fransen verstaan ook wel Engels, maar vaak niet van harte.
Religie: 90% roomskatholiek, 2% protestants, 1% islamitisch, 1% joods, 6% niet-kerkelijk.
Meer over de geschiedenis van Frankrijk: Landenweb en Lonely Planet.
Landschap
In weinig Europese landen is de verscheidenheid aan landschappen zo groot als in Frankrijk. Je vindt er bijna alles, van weidse zandstranden tot alpiene toppen. Vooral bekend zijn de groene heuvels met weiden en akkers, afgewisseld met kleine dorpjes. Aan de kust tref je vooral zandstranden. In Bretagne en Provence zijn ook grillige krijtrotskusten en baaien..
Naast heuvels en stranden heeft Frankrijk ook hoge bergtoppen, vooral in de Franse Alpen, de Pyreneeën en Corsica. De Mont Blanc in de Frans Alpen is de hoogste bergtop (4800 m) van Europa. Lagere gebergten zijn te vinden in de Vogezen, Morvan, Jura en Centraal Massief. Het Centraal Massief, een enorme hoogvlakte tussen de Loire en de Middellandse Zee dat een zesde van Frankrijk beslaat, is bovendien bijzonder door zijn diep ingesneden rivieren en vulkanische landschappen.
Natuur
Een kwart van Frankrijk bestaat uit bossen. Daarmee staat het land in Europa op de derde plaats, na Finland en Zweden. Opmerkelijk is dat het bosoppervlak de laatste 50 jaar met een derde is toegenomen. De grootste wouden liggen bij Orléans, in Normandië en in het zogeheten Bekken van Parijs (Fontainebleau, Compiègne).
Flora en fauna zijn heel divers, elke regio heeft zijn eigen soorten. Zoals orchideeën, gentianen en lelies in Alpenweiden, en kievietsbloemen, viooltjes en nacissen in de Pyreneeën. In het uiterste zuiden komen de maquis-struik en het heideachtige garrique voor.
Ook qua fauna heeft Frankrijk zowel Noord- als Zuid-Europese trekken. Zuid-Europees zijn de genetkat en de flamingo. Noord-Europees zijn de vllermuis, mol, egel, allerlei knaagdieren en kleine roofdieren zals de wezel, marter, otter en das. Ook edelherten, zwijnen en reeën komen voor. Typische bergbewoners zijn de bruine beren, marmotten, gemzen, steenbokken en (in Europa unieke) watermollen. Ook zie je in de bergen veel gieren - in de Pyreneeën vooral de lammergier.
Klimaat
Het Franse klimaat wordt vooral bepaald door de Atlantische zeewind en de bergen in het zuiden en oosten. Het westen, vooral Bretagne, heeft een duidelijk zeeklimaat met een gematigde temperatuur en neerslag in alle seizoenen.
In het zuidoosten heerst een Middellandse Zeeklimaat. De zomers zijn warm en droog, de winters zacht en vochtig. Een enkele keer komt hier de mistral voor, een koude en soms stormachtige valwind van het Centraal Massief via het Rhônedal naar de Middellandse Zee.
Het oosten heeft een landklimaat met koude winters en aangename zomers met weinig neerslag. Het midden van Frankrijk heeft trekken van zowel een zee- als een landklimaat. In het Centraal Massief valt relatief veel regen.
In de Alpen, de Pyreneeën en op Corsica hangt de temperatuur vooral af van de hoogte: hoe hoger, hoe kouder. Er valt meer neerslag dan in andere delen van Frankrijk. In alle berggebieden geldt dat de westelijke berghellingen de meeste kans op zware buien hebben. Verder zijn regenbuien zeer lokaal, soms regent het in het ene dal, terwijl in het dal ernaast de zon schijnt. Regen vormt een risico voor elke camping naast een rustige bergbeek. De beek kan plotseling veranderen in een wilde rivier en veel schade veroorzaken.