alles over wandelen

artikelen

Wandeldeskundige: 'ik mag voor mijn werk buiten spelen'

(tekst: Haro Hielkema, bron: Trouw, 22 maart 2002)

Een opleiding voor wandeldeskundigen bestaat niet. Rob Wolfs heeft eerst allerlei zijwegen ingeslagen voordat hij op het 'juiste' pad uitkwam. Vanaf 1995 werd het wandelen steeds meer zijn professie. Wolfs bedenkt en beschrijft nu de NS-routes en ontwikkelt in opdracht van provincies, VVV's en andere instanties tal van wandelpadenplannen en wandelroutes.

'Promenoloog' staat er op het visitekaartje van Rob Wolfs (50). En 'wandeldeskundige'. Maar soms zou 'diplomaat' zijn werk ook goed verwoorden. Of 'probleemoplosser'. Want NS-wandelroutes uitzetten lijkt een rustieke bezigheid, de praktijk leert dat er veel tact en overleg bij nodig is.

Neem de Bomendijk, een van de mooiste wandelroutes die de NS in Nederland aanbieden - een tocht over de bomenrijke Veluwsche Bandijk tussen Voorst en Wilp. De barones wil niet zo veel volk over haar grond - in 2001 haalden 3450 wandelaars op het station van Deventer de routebeschrijving op. Ze heeft al genoeg geleden onder de plannen van rijkswaterstaat om de idyllische dijk te verzwaren. Uiteindelijk is er een stalen damwand aangebracht, die de middeleeuwse aarden wal haar functie als waterkering in noodgevallen heeft teruggegeven. Om de tere begroeiing op de dijk even wat rust te gunnen, is de NS-wandeling op uitdrukkelijk verzoek van de barones geschrapt. Er was geen houden aan, zegt Wolfs. Per 1 april gaan er geen boekjes meer door het loket.

Een opleiding voor wandeldeskundigen bestaat niet. Wolfs heeft eerst allerlei zijwegen ingeslagen, zoals een kortstondige theologische opleiding gevolgd door de studie literatuurwetenschappen, voordat hij op het 'juiste' pad uitkwam. Als vrijwilliger liep hij de natuurwandelingen na die het Wandelplatform-LAW (Lange-afstandswandelpaden) in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen van station naar station had uitgezet. Al snel begon de neerlandicus zich ook met de teksten te bemoeien en vanaf 1995 werd het wandelen steeds meer zijn professie. Hij bedenkt nu de NS-routes, beschrijft ze en doet alle organisatorische rimram eromheen. Hij heeft bovendien een eigen bureautje en ontwikkelt in opdracht van provincies, VVV's en andere instanties tal van wandelpadenplannen en -routes.

"Toen ik studeerde, had ik nooit gedacht dat wandelen nog eens mijn beroep zou worden. Verrassend, dat je zo'n compleet andere invulling aan je leven kunt geven. Het is echt een moordbaan: ik mag voor m'n werk buiten spelen en het ook nog voor anderen uitzoeken. Wat ik vroeger als literatuurwetenschapper schreef, werd door geen hond gelezen. Maar met zo'n wandelboekje neem je duizenden mensen bij de hand. Nadeel is dat je ook in dit bestaan in toenemende mate tot bureauwerk wordt veroordeeld. Je krijgt steeds meer problemen op je bordje, die je moet oplossen. Ik loop allang niet meer uitsluitend voor het lieve vaderland weg. De Bomendijk is zo'n voorbeeld: voor die route praat je met de eigenaresse, het waterschap, de gemeente en andere belanghebbenden. Je probeert te redden wat er te redden valt, het is zo'n prachtige route. Uiteindelijk geef je de barones haar zin door de NS-wandeling te schrappen, waarbij je haar moet zien te overreden dat een veel minder druk bezochte route, het Marskramerpad, wel van de dijk gebruik kan blijven maken - op termijn dan, als de begroeiing weer helemaal is aangeslagen."

Dergelijke bemiddelingspogingen worden vaker van hem gevraagd. Soms zijn boeren en landgoedeigenaren helemaal niet happig om wandelaars op hun grondgebied toe te laten.

"Zeker bij NS-wandelingen moet je voorkomen dat er onderweg problemen ontstaan. Hoeveel mensen er gebruik van maken, is niet exact bekend. Maar vorig jaar werden aan de stationsloketten bijna 150000 routeboekjes verstrekt, vaak aan mensen die wat minder wandel ervaring hebben en daardoor eerder de weg kwijt zijn als er onverwacht iets aan de route verandert. Je kiest dus wat vaker voor de veilige weg. Bij een LAW-wandeling zoals het Pieterpad is het niet zo rampzalig, als er onderweg een verrassing optreedt. Een NS-route is veel meer voorgebakken, dat moet goed zijn."

En dan nóg gaat er genoeg mis, zegt Wolfs. Geen folder, of er sluipt wel een fout in. Vrijwilligers lopen de routes minstens één keer per jaar na. Zo nodig worden er nieuwe stickertjes geplakt, wit-rode streepjes geverfd of bordjes vernieuwd. En de routefolders, waarin ook informatie over het openbaar vervoer staat, moet geregeld worden geactualiseerd en herdrukt. Dat is zoveel werk, dat de NS alleen daarom al het aantal wandelingen tot 46 willen beperken. Jaarlijks komen er vier bij, op voorwaarde dat er ook vier andere uit het pakket gaan. Dat zorgt steevast voor commotie, Wolfs weet dat als geen ander.

"Dit jaar is de Wezepsche Heide geschrapt, omdat je daarvoor bent aangewezen op een pontje over de IJssel en dat vaart niet altijd. De Vlietlandenroute bij Delft is eruit, omdat er redelijk wat NS-wandelingen in Zuid-Holland zijn en we de boel graag landelijk willen spreiden. Ook de Leuvenumsebeek is uit het bestand, omdat de kans groot is dat het loket op station Ermelo wordt gesloten. Dergelijke factoren spelen een rol. Het liefst hebben we wandelingen van station naar station en als dat niet kan, zijn we aangewezen op voor- of navervoer met bussen of lijntaxi's. Maar dat heb je niet in de hand. Helaas is het openbaar vervoer in dit land zo slecht geregeld, dat het oerconcept van deze wandeling - van station naar station - nog het beste werkt. Niks geen gezeur met bussen die op zondag niet rijden en zo."

Daarnaast maakt de groeiende verkeersdrukte het steeds lastiger om nieuwe routes te vinden. Wolfs heeft zich er al bij neergelegd dat stilte in Nederland nauwelijks meer bestaat. Hij kan erg verlangen naar het buitenland: "Hier hoor je altijd en overal het geruis van het verkeer. Zodra ik de Duitse grens over ben, ervaar ik dat als een cultuurschok. Ik heb mijn criteria voor een mooie wandeling hier allang bijgesteld: onverharde paden zijn allang een droom geworden. Je moet wel genoegen nemen met minder, als je maar niet door auto's of fietsers wordt weggereden."

Toch heeft Wolfs weer vier nieuwe routes gevonden. Na uitgebreid voorwerk en eindeloos gepraat. "Wandelen is langzamerhand een hele industrie geworden. Voordat er ergens een stickertje geplakt is of een bordje bevestigd, zijn er heel wat overleg rondes geweest."

Wandelroutes uitzetten is een vak, zegt Wolfs. Wat hem het zwaarst valt, is de druk waaronder hij moet produceren. "Het idee dat alles wat met wandelen te maken heeft in een rustig tempo gaat, is dus fout. Ik moet erg opboksen tegen de snelheid die van me gevraagd wordt. Terwijl het wandelwerk nou juist niet gebaat is bij haast."

Geregeld merkt hij dat zijn opdrachtgevers andere motieven hebben dan het belang van de wandelaar. Een voettocht langs de Hollandse Waterlinie moet in de eerste plaats langs de forten gaan; of het ook prettig lopen is, doet minder ter zake. "Sommigen denken nog steeds dat wandelaars prima over een fietspad kunnen lopen en soms kan dat ook wel, maar dan een heel klein stukje. Vier of vijf kilometer over een asfaltdijk kan dus echt niet. Het blijft reservaatwerk in Nederland. Je moet postzegelstukjes natuur en onverharde paden tot een pareltje aaneen zien te rijgen."

© Trouw, 2002 (met toestemming overgenomen)

Aanvullingen en correcties


(niet leesbaar voor anderen)

(je mag HTML gebruiken)

Je opmerking wordt automatisch toegevoegd aan deze pagina en is voor iedereen leesbaar. S.v.p. alleen reageren op bovenstaande informatie. Voor reclame, linkverzoeken en één-op-één-contact met de redactie: zie het colofon. Voor vragen en oproepen: zie het forum.

 

  © Wessel Zweers, 1996-2011