artikelen
De mirakels van het Pelgrimspad
Nieuwe wandelroute door Zuid-Nederland
Het is mooi wandelen over het nieuwe Pelgrimspad: 264 km van de Sint Jan in Den Bosch naar het Belgische Visé, waar de internationale bedevaartroute naar Santiago de Compostela begint. Wij liepen een stuk aan het begin van de route samen met Geert Bakker, de geestelijke vader van het pad.
(tekst: Katja Staring, met toestemming overgenomen uit: ANWB Reizen, januari 1995)
"Waarom heeft u die schelp om uw hals hangen?", vraagt een stamgast van een Oisterwijks boscafé aan de man met de zilverwitte baard. "Dat is de schelp van Sint Jacob, het symbool van de pelgrimsvoettocht naar Santiago de Compostela in Spanje", luidt het trotse antwoord.
De man met de ringbaard is Geert Bakker. Hij heeft in opdracht van de ANWB en de stichting Lange Afstands Wandelpaden een looproute uitgezet die in het teken staat van de pelgrimstocht ter ere van Sint Jacob (Santiago). 'Pelgrimspad', heet deze route, die leidt van de Sint Jan in Den Bosch naar Visé in België. Daar vloeit het pad over in de internationale wandelweg naar Santiago de Compostela.
Bakker blijkt besmet met het Sint Jacobsvirus. Zijn droom is ooit nog eens naar het uiterste puntje van Noord-Spanje te wandelen. "Dit pad is een mooie aanloop. Maar het is ook een prima route om een of meer dagen te volgen." Het is een uitnodiging voor de 'niet-bekeerde' lopers, zegt hij. "Mensen die doorgaans niet veel wandelen. Ze kunnen zelf beslissen waar ze op- en afstappen, hoeveel kilometers ze maken."
Verfstrepen
Volg de roodwitte verfstrepen op palen, bomen en hekken, lees de beschrijving in de gids en je wandelt over veelal onverharde wegen door Brabantse en Limburgse weiden, bossen en dorpjes. Je komt erachter dat Nederland oogverblindend, verrassend en bevallig kan ogen.
Geert Bakker voert ons langs de eerste 50 kilometer van de route. Getooid met hoed, wandelstaf en schelp staat hij voor de kathedraal Sint Jan in Den Bosch. Sint Jacob is al gesignaleerd. Op een sokkel rechtsboven het altaar staat de heilige met zijn staf en kalebas. "Een goed voorteken", bromt de pelgrim goedkeurend.
Startpunt is bastion Vught, gelegen aan een uitgestrekt land pal naast het stadscentrum. Het Pelgrimspad loopt erlangs naar de Lunetten bij Vught. Joggers, fietsers, honden en vissers genieten met ons van het droge, maar ruige weer. De wind blaast stevig als wij het zuiden van Nederland in trekken.
Nationaal Monument Kamp Vught is vlakbij. De fusilladeplaats, een witte wand met een groot kruis en diverse kransen, ligt op een open plek langs de route. "Dit is een van de punten van bezinning die je tegenkomt. We passeren niet alleen religieuze plaatsen, wat de naam 'Pelgrimspad' misschien doet vermoeden", zegt Bakker.
Hobbelpaden
We gaan voort door het bos, over hobbelpaden vol donkerrode bladeren en plassen. Varens snakken naar licht tussen de vlak naast elkaar geplante bomen. Paarden staan roerloos in de slierten mist. Zes koeien bezetten een stalletje. Waarom vluchten we eigenlijk elk jaar massaal naar het buitenland, terwijl er betoverende gebieden naast de deur liggen?
'PAS OP! Schrikdraad!' waarschuwt een bord dat bungelt aan een koord. Een boer op leeftijd jaagt zijn koeien dwars over de weg het weiland in. Met open mond slaan we het tafereel gade. We dachten dat dit landelijke verschijnsel in Nederland allang was uitgestorven.
"Ziet u wel eens pelgrims langskomen?" vraagt Bakker aan de boer. "Ik zie wel 's unne wandelaar, maar 't stoat nie op zunne rug geschreven dat 't unne pelgrim is, hè", luidt het wakkere antwoord. Maar warempel, tot grote tevredenheid van Geert Bakker stuiten we even later toch op een 'pelgrim'. We herkennen hem aan het routeboekje in zijn hand.
Bart van der Schagt is blij met het nieuwe pad, want hij heeft als wandelverslaafde alle Nederlandse routes reeds gelopen. "Voor mij is dit de ideale vorm van vrije- tijdsbesteding. Ik ga meestal alleen, met Beethoven of Bruckner op mijn koptelefoon. De beste gelegenheid om in een onbekende, landelijk mooie omgeving naar muziek te luisteren." Van der Schagt loopt het liefst door natuur. "Het begin van het Pelgrimspad vond ik te stads." Bakker antwoordt dat in de route juist voor elk wat wils is opgenomen. "Een flinke dosis groen, maar ook cultuur in steden en dorpen."
Kasteel De Nemerlaer
Cultuur vind je onder meer in Haaren. Net even ten zuiden van dit dorp prijkt kasteel 'De Nemerlaer'. Hier woont schrijfster en dichteres Carole Vos met haar gezin. We hebben van tevoren even gebeld en ontdekken bij aankomst dat Carole Vos beslist geen gewone vrouw is. Zij verandert bij tijd en wijle in een mysterieuze kasteelvrouwe die verhalen vertelt over haar burcht. Wanneer de eerste steen werd gelegd kan zij niet zeggen, maar ze is wel in staat stoffige, bizarre spookverhalen uit het verre verleden op te dissen. Ze declameert deze bij kaarslicht en laat met haar hersenspinsels de toehoorders in het onzekere. Als afsluiter trakteert Vos haar gasten op de verraderlijke liefdesdrank die naar oeroud en geheim recept is gebrouwen. We nippen ervan en trekken bedwelmd verder.
De Kampina
Helemaal betoverd raken we vervolgens door natuur- gebied 'De Kampina' bij Oisterwijk. Frans Kapteijns beheert het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Welhaast lyrisch zegt hij: "Zo'n grote vlakte van nat heidegebied zie je bijna nergens meer. Je begint de magie te voelen bij het beekje de Rosep, vlak voor de Belverse Bergen. En als je op de molensteen aan de rand van de Kampina gaat staan, raak je verloren. Eiken en dennen in een Breugeliaans landschap, prachtig!" Boven trekken gakkende brandganzen in V-vorm naar het zuiden. Beneden knabbelen IJslandse paarden aan de droge grashalmen. Kapteijns vraagt ze niet te aaien. De dieren mogen niet wennen aan mensen, voederen is daarom verboden. "Ze hebben de speciale taak al het gras op te eten, zodat de heideplanten weer kans krijgen. In de zomer grazen ook vleeskoeien mee. De koe zeist het gras met de tong, het paard bijt de rest tot op de bodem af. Zo werken ze samen als een scheerapparaat."
In laaglandbeek de Rosep zwemmen vissen als voorntjes en beekprik. Kikkers kwaken 's zomers aan de kant, libelles zoemen dan boven het wateroppervlak. Reeën, bunzings, hermelijnen, vossen en wezels houden zich verscholen achter de bomen. Plots klinkt luid gekrakeel. "De bospolitie", meldt Kapteijns. "Zo noemen wij hier de Vlaamse gaaien, die maken altijd herrie." Na een rechte weg komen we in Balsvoort, het gehucht dat niet meer bestaat. De gemeenschap die hier ooit zetelde, was gedoemd te verwijnen, omdat de grond te nat was. Alleen verwilderde fruitbomen en akkergebied tonen dat hier mensen woonden. Tot 1986 stond hier nog een boerderij, die in de oorlog diende als onderduikadres. De onderduikers zijn later gefussilleerd door de Duitsers. Een oranje strik in een boom memoreert aan deze gebeurtenis. We nemen afscheid van Frans, om door te gaan naar Spoordonk, het volgende mirakel van het Pelgrimspad.
Heilige Eik
"Het zit daar altijd vol", gebaart een man naar het maagdelijk witte gebouwtje onder de eiken. We staan bij de kapel ter ere van Onze Lieve Vrouw van De Heilige Eik. In 1406 zagen herders een maria- beeldje in het riviertje de Beerze tegen de stroom opdrijven. Ze plaatsten het in een eik. Al gauw werden met het beeldje wonderen in verband gebracht. Daarom werd een kapel gebouwd. Een weelderig altaar met bloemen en kaarsen biedt rust en stilte aan de bezoe- kers die af en aan lopen.
Door het dorpje Middelbeers gaat het pad naar de Landschotse Heide. Raar genaamde vennen liggen in een veld van rossige pluimen. Wit Hollandven, Kromven, Keijenhurk. Het begint te schemeren, het bos krijgt een vreemde gloed.
Jacobushoeve
In Vessem laat Geert Bakker de tocht eindigen bij de Jacobushoeve, een verzameling gebouwtjes waarin diverse zaken zijn gevestigd. Een wereldwinkel, een atelier met stoelenmatter en korven-vlechter, een tweedehands boekhandel en een kringloopzaak met gebruikte goederen. Geheel geleid door vrijwilligers, met aan het hoofd broeder Fons van der Laan.
Voor pelgrims die de boerderij passeren staan een kop koffie en soms erwtensoep klaar. Broeder Fons wandelde zes jaar geleden zelf de 2200 kilometer van Vessem naar Santiago de Compostela. "Tijdens die tocht, doe honderd dagen duurde, kreeg ik de ingeving dit kringloopproject te beginnen, waarvan de opbrengsten zouden gaan naar hulpbehoevenden. En degenen die ook naar Santiago de Compostela willen lopen, kunnen alle informatie krijgen."
Waarom gaan mensen zo'n eind lopen? Van der Laan antwoordt filosofisch. "Om even weg te zijn van de buitenwereld. Ook het idee dat duizenden mensen eeuwenlang dezelfde weg liepen, trekt aan. Maar je persoonlijke motief, dat komt pas tijdens de tocht uit je diepste wezen opgeborreld." Ons motief voor het bewandelen van het Pelgrimspad is inmiddels bekend: we willen gewoon ontspannen wandelen door bos, wei en hei, gezonde luchten opsnuiven en het hedendaagse gewoel even vergeten.
© Katja Staring, 1995