artikelen
Als een pelgrim naar Schin op Geul
Wandelen op de route naar Santiago de Compostela
Tussen Amsterdam en het Belgische Visé loopt een Nederlandse pelgrimsroute. De weg geeft aansluiting op internationale pelgrimswegen naar Santiago de Compostela, waar op 25 juli 1999 de naamdag wordt gevierd van Sint Jacob, de patroonheilige van de stad. Wij beperken onze 'bedevaart' tot één dag aangenaam wandelen. Van de Gulperberg naar Schin op Geul.
(tekst: Chantal Overgauw, gepubliceerd in: ANWB Reizen, januari 1998)
Het bedevaarsoord de Gulperberg is getooid met een groot Mariabeeld dat lijdzaam neerkijkt op het dorp Gulpen. Hier ontmoet ik Geert Bakker. Als ANWB-contactman voor het zuidelijk deel van het Pelgrimspad kent hij elke steen langs het pad en daar wil hij graag over vertellen. De wandeling begint bij hotel Troisfon- taine, de pleisterplaats van de familie Jongen. Bij de Burggraaf, een begroeide heuvel waar ooit een kasteel zou hebben gestaan, slaan we een grindpad in. Stenen. Daar heb je het al. Dit zijn niet zomaar stenen. Volgens Bakker is het grind dat door rivieren uit het zuiden is aangevoerd. Eigenlijk ligt het pad bezaaid met stukken zwart toetssteen (vroeger gebruikt om goud op echtheid te toetsen), belemniet (inktvisskelet), mis- schien zelfs wel een enkele vuurstenen pijlpunt. Wij treden de oudheid met voeten.
Verderop wijst mijn gids op 'graften' in de helling. Deze evenwijdig aan de helling lopende hellingknikken ont- stonden doordat boeren bij de ontginning van bosgebieden stukken bos lieten staan om de kans op erosie te verkleinen. Ook plantten ze heggen om erosiemateriaal tegen te houden. De steile rand die vervolgens achter de heg ontstond, noemden ze de graft. Sommige graften stammen nog uit de Romeinse tijd, maar de meeste verdwenen bij ruilverkavelingsprojecten.
Langs Kasteel Wijlre
We zijn niet de enigen op pelgrimspad. We ontmoeten een Twents echtpaar met een wandelarrangement. Luxe-pelgrims. Ze wandelen van hotel naar hotel en laten de bagage nabrengen. Verder blijft het stil langs de route. Hoe anders moet dat zijn in 1999 en 2000. Zou je hier dan nog rustig kunnen lopen? Bakker maakt een rekensommetje: als er 25.000 pelgrims vanuit Nederland zouden vertrekken op een route van 2500 kilometer, dan zou er tussen alle wandelaars 100 meter afstand moeten zitten. Maar waarschijnlijker is een aantal van nog geen 5000 deelnemers. Met andere woorden: het Nederlandse Pelgrimspad blijft rustig. In Spanje, waar alle pelgrimroutes bij elkaar komen, dáár wordt het druk.
We lopen het bos uit en de heuvel af naar een witte boerderij. Dan slaan we linksaf naar Kasteel Wijlre. Het is een typisch Limburgse waterburcht, gebouwd in een U-vorm met de personeelsgebouwen eromheen.
Raadsels van de natuur
Tweemaal een wit-rood balkje, we veranderen van richting. Waakse ganzen proberen ons de doorgang te beletten, maar ik ben niet bang. Ik ben groter. Bovendien zie ik in de verte Brand's bierbrouwerij. Bij de herbouw in 1996 werd rekening gehouden met de architectuur in de omgeving, maar toch contrasteert de bierfabriek enorm met omliggende gebouwen. Neem nou die schilderachtige boerderij met de watermolen van Wijlre. Voorbij de brouwerij stroomt de Geul, de rivier waar dit dal naar is vernoemd. We doorkruisen weilanden, volgen de rivier en steken dwars door het grasland als de routemarkering hapert. Aan het eind van het weiland staan op een boom een rode en een blauwe pijl, maar geen wit-rood teken. Dan ontdekt Bakker op een knot-es twintig meter verderop het wit-rode balkje. We moeten naar links, een piepend weiemeüleke door dat toegang geeft tot een ander weiland.
Onder een boom staat een eenzaam paard tot aan zijn enkels in de bladeren. Roerloos, met zijn rug naar ons toe. De koeien in het volgend weiland zien ons wel. De dieren doen niets. Maar mochten ze wat willen doen, dan heeft Bakker een goede tip: koeien schrikken als je plotseling je silhouet verandert. Dus: even met de armen wapperen en je bent weer veilig.
Ineens heb ik het wandelen helemaal te pakken. Vallen me kleine dingen op, raadsels van de natuur. Een elfenbankje op een dode boom (wat komt er eigenlijk eerst: de dood of de elfenbank?), gaten in een boomstam (een wespennest?), een maretak tussen de takken en een heksenbezem in weer een andere boom. Zo'n pelgrimstocht werkt beslist louterend.
De steilste berg
We ontmoeten de Geul weer. Het betonnen paadje waarop we lopen staat 's winters, wanneer de sneeuw in de Ardennen smelt, onder water. Wandelaars moeten dan 'een plan hoger'. En in het voorjaar stroomt de Geul zo krachtig dat de oever ervan slijt. In één generatie vreet de rivier zo een paar meter van de wal.
We passeren de Keutenberg, de steilste berg van Nederland. De omgewoelde aarde tussen de boomwortels verraadt de aanwezigheid van een dassenburcht, tegenwoordig een zeldzaamheid in Nederland. Na camping De Gele Anemoon stroomt de Schoonbron uit de Keutenberg. De naam noodt tot drinken en in de oorlog werd dat ook gedaan, maar Bakker waarschuwt voor dode ratten die stroomopwaarts kunnen liggen. Alleen even voelen dan. Het water voelt koud en verfrissend aan. Heerlijk voor opgezette en vermoeide voeten. Het paadje langs de Keutenberg eindigt op de Breeweg bij Schin op Geul. De bewoonde wereld. Ik begrijp nu een beetje hoe het moet voelen om eenzaam over de stille Spaanse hoogvlakte te zwerven tussen Burgos en Léon. En vervolgens aan te komen in het drukke Santiago de Compostela. Zelfs ik vind de verharde Breeweg ineens erg druk ...
De Drie Beeldjes
We sluiten onze pelgrimsdag waardig af door naar De Drie Beeldjes te lopen, net buiten Schin op Geul. Eronder, achter tralies, prijkt Sint Rochus. Hij heeft een Jacobsschelp op zijn houd en mantel en een hond aan zijn zijde. De patroon der pestlijders, die met zijn gebeden vele zieken genas, trok zich terug in het woud toen hij zelf ziek werd. Zijn trouwe hond bracht hem voedsel en na zijn dood werd Rochus vereerd als hoeder van vee en wijnrank. Rochus kon wonderen verrichten. En een bosje zuring en kamille aan de voet van zijn beeltenis, bewijst dat er ook vandaag nog mensen zijn die daarin geloven. Ik kijk om en zie hoe betoverend mooi het Pelgrimspad kan zijn. Herfstbomen door de zon beschenen. Een gouden tunnel van licht.
© Chantal Overgauw, 1998