artikelen
The Way of Saint James
een inleiding van Jurjen Richard Leinenga
Op verzoek van Geert Bakker wil ik graag meedelen wat mij boeit in pelgrimstochten, Santiago de Compostela en het boek van King. Lang geleden is het voor mij allemaal begonnen met nieuwsgierigheid naar de link tussen landschappen en dingen uit het verleden, noem het met deftige woorden de bestaanswijze van mensen. Niet voor niets begon ik mijn studentenleven ooit als student sociale geografie. Ik werd echter al in het eerste jaar geplet door het bijvak statistiek, waar ik veel te weinig van begreep. En dus volgde een overgang naar geschiedenis, dat met haar nadruk op schriftelijke bronnen wel erg ver afstond van (historische) kaarten, luchtfoto’s van bijvoorbeeld oude wegen etcetera. Steeds ben ik blijven proberen om die vakken voor mezelf te combineren, evenals de Fransman Braudel vanuit het besef dat de mens niet zozeer het hoofd is van de schepping, maar dat het land waar hij in verblijft uiteindelijk zijn mogelijkheden en grenzen aangeeft.
Het is grappig dat mensen nooit op eenzelfde plek blijven zitten: vroeg of laat gaan ze allemaal op stap. Dat gaat voor ons heel gemakkelijk, met auto, motor, trein of vliegtuig, wat minder makkelijk met de fiets en al helemaal minder makkelijk met de benenwagen. Het intrigeerde me mateloos hoe mensen vroeger reisden, bijvoorbeeld in de middeleeuwen. En dan met name pelgrims. Te voet of te paard naar Rome, Spanje of zelfs “outre mer” naar Palestina. Het “hoe” is het minst moeilijk te beantwoorden. De netwerken van kloosters, waar men als pelgrim kon overnachten, de hospitia voor medische zorg, de commerciële “all-in” paketten in Venetië voor Jeruzalemgangers… De organisatie zat goed in elkaar.
Veel lastiger is de waarom-vraag. Hoe kwam iemand, in de middeleeuwen dan ook nog vaak met een broze gezondheid, ooit zo gek om de Alpen, Pyreneeën of Middellandse Zee als barrière te willen nemen? Historici als Sigal en Finucane maakten me duidelijk aan de hand van de verhalen uit mirakelboeken dat reizen voor de mensen toen een hele gezonde reden heeft gehad. “Thuis”, waar de sociale controle verstikkend kon zijn, kwam je geestelijk lang niet altijd aan je trekken. Dus moest je op zoek naar je heil, en juist in bedevaartsoorden had je uitstekende professionele psychiatrische of medische zorg.
Juist de verhalen van gewone mensen waren interessant, zoals die uit mirakelboeken naar voren komen. Ik denk met veel plezier terug aan het jaar waarin ik voor mijn doctoraalscriptie “Peregrini, quare vaditis?” de mirakelboeken van Amersfoort, Bolsward, Delft en Den Bosch analyseerde. Geen koningen of keizers stonden in het brandpunt, maar gewone mensen die iets bijzonders meenden te hebben beleefd en daarvoor als dank een ongemakkelijke reis overhadden om hun dank te betuigen. Liefhebbers kunnen de scriptie via mijn e-mailadres bestellen.
Tegenwoordig is “Santiago” een hype, en dat merk je helaas ook in de gepubliceerde reisverhalen erover. Hans Annink gaf met zijn “Een late pelgrim op de melkweg” een heel persoonlijk en authentiek verhaal, maar dat was dan ook uit 1980. In 1987 wilde Henny Lamers ons Nederlanders blij verrassen met zijn “Dagboek van een pelgrim naar Santiago de Compostela”. Ik begrijp nu nog niet waarom hij de reis erheen heeft ondernomen, hij had net zo goed naar Bali of Nieuw Zeeland kunnen gaan. Nee, die hyperindividuele bespiegelingen van tegenwoordig sla ik graag over.
Het boek van mevrouw King is een aardige samenvatting van pelgrimsmotieven rondom Santiago, aardig ook qua omvang! Het is een goed initiatief van Geert om hierom een aantal mensen bij elkaar te brengen die, ieder vanuit eigen interesses, met deze “schatkist” aan het werk kunnen. Ik zelf wil graag uitzoeken in hoeverre pelerinages voor mannen anders kunnen zijn dan voor vrouwen en ben benieuwd hoe de bal, die in beweging is gebracht, nu verder zal rollen!
Jurjen Richard Leinenga
Emmen
leinenga@xs4all.nl