artikelen
De Drentsche Aa
een nationaal landschap in wordingBeekjes die kronkelend door een schilderachtig landschap stromen komen in ons land bijna niet meer voor. Alleen al daarom is het gave stroomdallandschap van de Drentsche Aa uitzonderlijk. De kans is groot dat dit unieke gebied een beschermde status krijgt. En een bijzondere status: geen nationaal park, maar een nationaal landschap. Dat betekent dat natuurbescherming en landbouw voor het eerst doelgericht met elkaar moeten samenwerken.
(tekst: Wessel Zweers, gepubliceerd in: Wandelkrant 'te voet' 2002/7)
Het stroomdallandschap van de Drentsche Aa ligt ten oosten van de spoorlijn Assen-Groningen. Het dal bestaat uit een groot aantal kleine beekjes. Gek genoeg heet geen enkele beek in dit natuurgebied ‘Drentsche Aa’. Die naam duikt pas op in de provincie Groningen, als alle beekjes bij elkaar komen. Voor hun samenkomst hebben de beekjes allemaal verschillende namen. De oostelijke tak begint ten oosten van Grolloo en heet daar Anderse Diep. Later heet deze tak Rolderdiep en Gasterse Diep. De westelijke tak heet achtereenvolgens Amerdiep, Deurzerdiep, Loonerdiep en Taarlose Diep. Gasterse Diep en Taarlose Diep gaan samen verder als Oudemolense Diep. Pas als in Groningen het Anlooër Diepje erbij komt, verandert de naam in Drentsche Aa. Uiteindelijk mondt de rivier uit in het Noord-Willemskanaal. Met het stroomdallandschap van de Drentsche Aa bedoelt men niet zozeer de rivier in Groningen, maar vooral het gebied van al die eigenzinnige voorlopers in Drenthe.
Uniek
Al sinds de jaren 60 besteden Staatsbosbeheer en andere natuurbeheerders veel zorg aan de Drentsche Aa. Daar is goede reden voor. We hebben het hier over het enige bekensysteem in Nederland dat nog redelijk gaaf is gebleven. Behalve talloze beekjes treft u hier als wandelaar ook houtwallen en bloemrijke hooilandjes. En dat zijn er nogal wat: het stroomgebied heeft een oppervlakte van maar liefst 30.000 ha, waarvan 12.000 ha natuur- en bosgebied.
De bijzondere combinatie van natuur en cultuur levert een aantrekkelijk landschap op - zelfs zo geliefd dat veel schrijvers, dichters en schilders er hun inspiratie zochten. Zo schreef Rutger Kopland, een van Nederlands populairste dichters, zijn prachtige ‘Gedicht over de Drentse A’. Het eerste couplet luidt:
is de liefde en het café achteraf. Daar
zitten we met ons lachend gezicht, we mogen
elkaar, maar we mogen alleen geloven wat
waar is, we lachen met onze tanden, onze
handen liggen op tafel te wachten tot wij
ze weer meenemen. Oh, we gaan beslist nog
een keer naar de Drentse A.
Wat extra bijdraagt aan de lyriek van de kunstenaars is het zuivere water in het Drentsche Aa-gebied. Daardoor komen er nog zeldzame vissen voor, bijvoorbeeld de kleine modderkruiper en de rivierprik. Langs het water kunt u ook bijzondere planten aantreffen, zoals de zwarte rapunzel, de moerasmuur, de grote ratis en wilde orchideeën.
Het schone water uit de Aa is ook om andere redenen belangrijk. Al ruim 100 jaar wordt er drinkwater uit de rivier gewonnen. Vroeger vestigden zich ook bierbrouwerijen langs de Aa.
Maar hoe zuiver en natuurlijk de Drentsche Aa ook mag lijken, het bekendal is toch in de eerste plaats een cultuurlandschap. In de lange geschiedenis zijn het steeds mensenhanden geweest die het landschap hebben vormgegeven. De hooilanden langs de beekjes worden nog op authentieke manier beheerd: eenmaal per jaar, in het najaar, wordt de vegetatie gemaaid en het maaisel afgevoerd. Regelmatig treedt de Aa buiten zijn oevers, waardoor de hooilanden minder schraal worden.
Leven en dood
Terug naar het gedicht van Rutger Kopland:
er over te praten, we hadden het toch
gezien wat de paarden deden, hoe
afwezig de ene zijn hoofd over de nek
van de ander legde, ze elkaar zachtjes
beten, liepen alsof ze elkaar al jaren
volgden zonder te zien, ze gebogen
stonden over de A, tot hun knieën
in het moeras.
Het beeld van paarden die tot hun knieën wegzakken in het moeras van de Aa is meer dan poëtische verbeelding. Drenthe bestond ooit grotendeels uit kale vlakten met heide en moeras. Die waren ontstaan in de laatste ijstijd, toen ijsvelden van een kilometer dik als bulldozers over het land walsten. Het vele smeltwater kon alleen ondergronds wegstromen. Zo is het beekdal van de Drentsche Aa ontstaan. Handelaars konden alleen via een paar corridors het eentonige landschap doorkruisen. Een daarvan liep van Sleen via Rolde en Balloo verder naar Groningen. Dergelijke paden waren een zaak van leven en dood: wie ervan afweek, verdronk vrijwel zeker in het omliggende moeras.
Langs de corridors ontstonden de eerste nederzettingen. De meeste waren maar tijdelijk, ze werden verplaatst zodra de grond uitgeput raakte. Pas in de 9e eeuw kwamen de dorpen op hun huidige plaatsen te liggen. Er groeide een grote behoefte aan landbouwgrond. Daarvoor werden bossen gekapt, waardoor de typisch Drentse essen ontstonden. In de middeleeuwen waren bijna alle bossen in het gebied van de Drentsche Aa verdwenen.
Toch bleef de provincie onherbergzaam. Men kwam op het idee om boeven en ander gespuis naar deze oorden te sturen. De Engelsen gebruikten daarvoor Australië, wij hadden Drenthe bij de hand. Enkele inrichtingen voor de ballingen zijn nog terug te vinden in Norg en andere dorpen.
De landbouwgronden waren in deze eeuwen schraal en boeren leidden een arm bestaan. Om de risico’s te spreiden moesten ze zoveel mogelijk grond gebruiken voor hun akkerbouw en vee. Daardoor bleef de bevolkingsdichtheid eeuwenlang erg laag: gemiddeld acht inwoners per vierkante kilometer.
Aan het eind van de 18e eeuw bestond 70% van Drenthe nog uit heide en zand. Pas daarna begon de werkelijke ontwikkeling van de provincie. Veel woeste grond werd ontgonnen tot bos of cultuurland. Vanaf 1940 veranderden ruilverkavelingen in sneltreinvaart het prille cultuurland. Beekdalen gingen onder de schop, stroompjes werden gekanaliseerd en veel sloten verdwenen. De opmars van de intensieve veehouderij begon.
Hele andere menselijke sporen zijn nog goed te zien in het Ballooërveld. De wandelroute voert u door de resten van een tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog. De gracht, nu met heide begroeid, was een deel van een verdedigingslinie tussen Meppel en Groningen.
Moerassen, ijsvelden, schrale landbouwgrond, gedwongen kolonisatie en tankgrachten – het zal duidelijk zijn dat de geschiedenis van Drenthe geen pretje is geweest. Een geschiedenis die haaks staat op het liefelijke beeld dat veel wandelaars nu van Drenthe hebben.
Nationaal park
Inmiddels zijn we in 2002 en staat de toekomst van de Drentsche Aa ter discussie.
het was niet alleen voor elkaar bedoeld,
het is oud en blijvend en het ging niet
weg toen wij weggingen. Ik kan je hand
niet aanraken, je hoeft niet te blijven
zegt je hand, ik zit te kijken tegen
iemand die hier niet is, in dit café
tenminste niet.
Uitgerekend in twee Drentse cafés, namelijk in Deurze en Tynaarlo, vonden eind maart discussiebijeenkomsten plaats. Burgers konden reageren op toekomstplannen rondom de Drentsche Aa, waar een voorbereidingscommissie al een jaar aan had gewerkt. Een greep uit de plannen: een bezoekerscentrum, alternatieve wandel- en fietsroutes, natuurexpedities, behoud van kerke- en schouwpaden, en een ‘groene rand’ rondom Assen. Dat lijkt allemaal goed nieuws voor de wandelaar, al zal het gebied dan waarschijnlijk een stuk drukker worden.
Misschien nog wel het belangrijkst voor de toekomst van de Drentsche Aa is het waterbeheer. De beekjes zijn niet alleen aantrekkelijk voor wandelaars, maar ook belangrijk voor landbouw en drinkwatervoorziening. Het Waterschap Hunze en Aa’s is inmiddels bezig verschillende beekjes in hun oude staat te herstellen. Dat is onlangs al gebeurd met het Deurzerdiep. Daar is een ‘vloedbos’ van wilgen en elzen gemaakt, dat meer water kan vasthouden en het ook kan filteren, zodat de waterkwaliteit beter wordt.
Een andere kluif voor het waterschap is het aanpassen van de benedenloop van de Drentsche Aa. De rivier eindigt nu nog in het Noord-Willemskanaal, maar zal straks onder (!) het kanaal worden doorgeleid en uitmonden in de Oude Aa. De bedoeling is dat daar een nieuw natuurgebied zal ontstaan. Een prettige bijkomstigheid van deze ‘onderleiding’ is dat er straks tijdens droge perioden geen vervuild water uit het Noord-Willemskanaal terugloopt in de Drentsche Aa.
Natuurontwikkeling is echter niet goedkoop. Aan dit project hangt een prijskaartje van ruim vier miljoen euro.
Enkele maanden geleden heeft de voorbereidingscommissie zijn plannen, inclusief de reacties daarop, naar minister Veenman (LNV) gestuurd. Als de minister ermee akkoord gaat, krijgt de Drentsche Aa de status van ‘Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap’, een soort nationaal park. In Nederland moet een dergelijk park bestaan uit minstens 1000 ha aangesloten natuur- en of watergebied met een grote natuurwaarde. Het moet geschikt zijn voor natuurontwikkeling, maar ook voor recreatie, educatie en wetenschappelijke onderzoek.
De verwachting is dat de Drentsche Aa die status wel zal krijgen, maar vanzelfsprekend is zo’n benoeming niet. In een dichtbevolkt, intensief gebruikt land gaat zoiets nooit zonder slag of stoot. Een gebied wordt altijd eerst benoemd tot ‘nationaal park in oprichting’. Pas als in die periode blijkt dat de betrokken eigenaren en beheerders goed met elkaar overweg kunnen, zet de minister deze tijdelijke status om in de definitieve status. En dat kan lang duren: er zijn nationale parken, die pas na elf jaar praten de status 'in oprichting' kregen. Sommige gebieden hebben die status helemaal nooit gekregen en waren voortijdig afgevoerd van de kandidatenlijst, zoals Zilk-Noordwijk en het Ooster- en Westerzand/Havelterberg.
Bij de Drentsche Aa liggen de zaken nog iets gecompliceerder. Het gaat hier namelijk niet om een nationaal park, maar een nationaal landschap dat afwijkt van het gangbare patroon. Voor het eerst zullen natuurbescherming en landbouw, twee sectoren met totaal verschillende belangen, doelgericht moeten leren samenwerken. Bijna honderd mensen in de regio zijn er bestuurlijk bij betrokken. Weinig wandelaars zullen zich dat allemaal realiseren als ze rondlopen in dit paradijselijke stroomdallandschap.
Meer informatie
De officiële website van de Drentsche Aa met de laatste stand van zaken en topografische deelkaarten van het hele gebied:
www.drentscheaa.nl.
Gratis wandelroute
Gratis te downloaden via deze site: een wandelroute van Westlaren naar Assen (22 km) door de mooiste delen van de Drentsche Aa.
© Wessel Zweers, 2002